Wedstrijdverslagen

Verslag Salland CC 3– Gelre Cricket, 04-06- 2017

Zul je altijd zien: een verloren wedstrijd, vol dubieuze beslissingen en dan is Taco er niet. Waar is die man als je hem nodig hebt… Vervolgens aan mij de twijfelachtige eer om iets over de wedstrijd op papier te zetten. Omdat over het resultaat weinig anders te melden valt dan dat het een onnodige nederlaag was, zal ik verslag doen van een aantal van die beslissingen en keuzes. Gelre mocht starten met batten en bij de openingsbatsmen begon de eerste dubieuze beslissing. Niet de keus voor beide heren, want beiden begonnen steady en sprokkelden aardig wat runs bij elkaar. Beiden hadden echter ook al eerder ‘uit’ kunnen en volgens een deel van het publiek moeten zijn. Allebei ‘caught by the keeper’, waarna het thuisteam een hevig appèl deed op de beide umpires. De umpires op hun beurt leken een smekend appèl te doen op de sportiviteit van beide heren, maar deze wisten van geen opgeven. Beiden gaven aan de bal echt niet geraakt te hebben. Met name de beslissing van de jongste van de twee batsmen was dubieus. Volgens bronnen was zelfs in de rondcirkelende helicopters te horen geweest dat hij de bal had geraakt. Laten we het houden op een geluidswerende helm. Een andere dubieuze beslissing was die om de trainer ‘de laan uit te sturen’. De umpire, gesterkt door eerdere ervaringen met het doen van een appèl op de speler zelf, was nu onverbiddelijk; LBW. Een dappere beslissing! Of het de juiste was, blijft de vraag. Tot dat moment deed Gelre het niet onverdienstelijk, maar het leek of vanaf dat moment de angst voor LBW groter werd dan de angst om gebowled te worden. Meerdere spelers gingen out for duck (het schijnt dat in Leicester het spreekwoord veranderd wordt in ‘its raining cats and ducks’). Uiteindelijk was alle hoop gevestigd op de last men standing. Met 150 runs na 30 overs, had de 200 aangetikt kunnen worden, mits zonder risico gespeeld. Een ‘out’ betekende immers einde inning. De beslissing van één der batsmen om te gaan voor een single, waardoor zijn partner run-out ging, was in die zin ook dubieus te noemen. Resultaat; 161 runs voor Gelre, all out. Na de lunch vol goede moed begonnen aan de 2 e inning. Snel een wicket pakken was het devies, maar dit liet volgens mij tot na de 10 e over op zich wachten. Dichter en dichter kwam Salland, geholpen door ietwat onzeker fielden van de kant van Gelre. Zekere catches belandden op de grond, tot groot verdriet van de bowlers. Met een viertje ging Salland over de score van Gelre heen en eindigde een toch wel teleurstellende wedstrijd. Het algehele gevoel was dat een nederlaag onnodig was en aan ons zelf te wijten.

Ging er dan niets goed? Zeker wel, de keus voor de man of the match….

Peter van Dijk

 

Gelre CC vs OHCC, 27 mei 2017

Wat is heerlijker dan cricketen tegen Engelsen? Winnen van de Engelsen natuurlijk, en dat deden we.
Dolf (our friendly captain) won de toss en liet de Engelsen batten. Colin Cowdrey vertelt dat Engeland tegen de West Indies speelde en Viv Richards de toss won. “What would you prefer?”vroeg Viv. “We’d like to bat,”zei Cowdrey. “Right,”zei Viv, “We’ll bat.”
Het is leuk oude vrienden terug te zien. Gezichten worden herkend, namen zijn moeilijker. Tip voor volgend jaar: de meesten heten Julian (3, dus 25% kans dat je goed zit). De ever-smiling medium pacer die vorig jaar zijn zoon bij zich had, was nu gekomen zonder zijn zoon. Zoals bekend hebben we het jochie vorig jaar één van onze oversized cricketbroeken gegeven. Zoals ook bekend is het ventje nooit meer terug gevonden. Af en toe wordt een chapati naar binnen gegooid, in de hoop dat hij zelf de weg terug zal vinden.
United Oxford Hospitals Cricketclub is een sympathieke club, die het niet om de winst gaat. Kijken we even op hun facebook, zien we verslag van alle matches van deze tour: win against Zamigo’s/ another win (ditmaal SGS) en tenslotte: great tour finished with a win vs ACC. Bij onze match staat: Many thanks for a great game en (Oxford) set Gelre 152 to win off 35 overs. Huh? Hebben ze nou gewonnen of verloren? Engelsen zijn ras-optimisten en kunnen ook een gouden randje geven aan een verloren partij. Dus terug naar de wedstrijd.
Het openingsbat van OHCC (Rob? Luke?) heeft een prachtige klassieke techniek en legde het fundament onder het totaal van Oxford. Dan had je er nog een die goed scoorde en met hulp van een substitute runner de hoogste score noteerde. We hielden ze op 151 na 35 overs, wat zowel verdedigbaar als paseerbaar was op dit redelijk lopende veld.
Toen mochten wij. Aanvankelijk vielen er veel wickets, hetgeen de Engelsen hoop zal hebben gegeven, maar de grote kanonnen (James, Jonti, Anjana, Antoine, Dolf (dnb)) moesten nog komen. Oh, en dan vergeet ik nog de onvergetelijke rentree van Chris Mobbs, die weer de volledige beschikking had over zijn van de jicht herstelde lichaam. Tien punten voor strijdlust, nul punten voor wedstrijdinzicht. De Duck of Leicester was het kansloze freehitten nog niet verleerd. Verder goeie totalen van bovengenoemde mannen. Na een overtje of 25 hadden we hun score te pakken.
Er was trouwens veel publiek: een bejaard fietsclubje dat geamuseerd toekeek, en onze Belgische vrienden Peter en Griet, met hun dochter Judith. Alsmede Lianne en onze dochter Iza. Judith vond het niet eerlijk dat wij met 151 tegen 20 achterstonden, maar dat kon ik natuurlijk uitleggen. Cricket is heel eerlijk. Griet vond de sfeer heel sereen. Vond ik ook.
Paradijselijk bijna.

Taco.

Salland 2 vs Gelre CC, 7 mei 2017

Dear cricket-friends,

Dit verslag heeft even op zich laten wachten. De officiële reden is een miscommunicatie

tussen mij en captain Anjana over wie het zou schrijven. De officieuze, en werkelijke, reden is

de verwerkingstijd die ik nodig had om deze mooie, (en gewonnen!) partij, in het juiste perspectief te zien.

Want mensen, het hoge woord moet er maar eens uit: er is een Mol in ons midden. Opereerde hij aanvankelijk nog in de vermomming van subsitute fielder voor de tegenpartij, zo heeft hij zijn technieken nu verfijnd tot strategische manoeuvres binnen het eigen team. En met eigen team bedoel ik dus ons eigen Gelre. 

Eerst even over de wedstrijd, die ik als fielder mocht helpen winnen, omdat Toine de bal tegen zijn eigen adamsappel gesliced had, en zich even moest laten oplappen in het ziekenhuis. Volgens de verhalen was men zeer onder de indruk van de manhaftigheid die onze sport vereist. De toch wel doodsverachting die nodig is om oog in oog te staan met de kanonskogel die een cricketbal in wezen is. Toine kwam, scoorde  53, ging, en kwam terug. Niet meer goed bij stem, maar dat vond niemand erg.

Totaal 149, wat niet veel leek, maar uiteindelijk wel genoeg was. Salland kwam 12 tekort.

Maar makkelijk was het niet. Salland had een goeie batting line-up, tot en met nr 8. Maar ons bowlen was van goed niveau.

Weliswaar 32 wides (Salland 25) maar ik zou die in het licht willen zien van aanvallend bowlen. 

Iedereen stond op scherp, klaar om de wickets te pakken. Iedereen? Nee, niet iedereen.

En hier moet ik even politiek worden. Er bestaat een partij die burgers met een dubbel paspoort als verdacht aanmerkt. Tot nu toe kon de weldenkende Nederlander zich in deze opvatting niet herkennen. Maar als we zien hoe sommige dubbel-nationalisten zich bij Gelre op het cricketveld bewegen, dan beginnen we ons toch achter de oren te krabben.

Ziehier de casus: de bal wordt gefield en vervolgens niet naar de wicketkeeper gegooid maar per ongeluk(?) achterwaards over de boundary geworpen. In een fase van de wedstrijd, waar iedere run telt!

Het zou een theologische rechtvaardigheid zijn als in het purgatorio van Dante een extra ring werd ingericht om dit slag mensen voor eeuwig op te bergen.

MOP-Gelre CC 19 juni 2016

Beste cricketvrienden,

De wedstrijd tegen MOP, ik val maar met de deur in huis, is helaas niet gewonnen.

Het zijn ook eigenlijk jongens die in een hogere klasse horen, maar ja, ze vinden het zó gezellig in de Oostklasse, dat ze bij ons in de afdeling blijven. Zelfs als ze kampioen worden. Ik zou zeggen: dóórstromen jongens,ga een ander lastig vallen met je mooie cricket, maar aan de andere kant: het zijn aardige gasten, die snappen wat de Oostklasse inhoudt. Alleen nog iets minder goed cricketen en alles klopt weer. Het was strijden tegen een 7, misschien wel 9-koppig monster. Meerdere van hun batsmen kunnen
centuries slaan, en met goed bowlen en fielden wisten we iedere slagman op een bescheiden totaal te houden.
Maar uiteindelijk glipte er toch eentje door de mazen van het net en was een score van 84 niet te voorkomen.
Zodoende kwamen ze toch boven de 200 uit, 221 om precies te zijn, en dan weet je al dat het heel moeilijk gaat worden. Maar zoals gezegd: goed bowlen, en wat goeie vangen. Nieuwkomer Peter (uut Borculo) ving er twee, en liet er eentje vallen om te laten zien dat een bal vangen niet vanzelf gaat. Hans had een mooie caught en bowled en zo droeg iedereen zijn steentje bij: Jonti 2/41, Chris 2/37, Hans 2/43, Anjana 2/29 en Kirushant 1/40.
Toen waren wij aan slag, en na een overtje of 10 begint de wedstrijd zich af te tekenen. James had een unieke innings die volledig uit zessen bestond (eentje).  Opener Chris had mij (Taco) ook al naar de kant gestuurd, met een tamelijk ambitieuze run-poging, en had kennelijk de smaak te pakken. Hij deed het nog eens dunnetjes over met James. Ook hij ging met een run out naar de kant.
Er valt veel goeds over Chris te vertellen, maar de kans dat hij Max Verstappen gaat opvolgen is niet groot. De versnellingsbak kreunt onder het geweld van zijn schakeltechniek, en het inhalen van een mede-weggebruiker heeft het veel weg van chicane rijden (dus: op het laatste moment scherp naar links, ipv van rustigjes de gewenste weghelft opzoeken).
Het strekt onze old-Harrownian tot eer dat hij zich zelfs op de terugreis nog schuldig voelde en er alles aan deed om het met mij en James weer goed te maken. Onderweg werden verscheidene etablissementen aangedaan, waarbij wij met de duim naar achter wezen naar een timide Chris, met de tekst: “meneer betaalt.”
Maar terug naar de wedstrijd: Gelre ging strijdend ten onder en mede dankzij een 33 van Gijs en een 50 not out van Anjana kwamen wij nog tot een ruime 140. Als umpire mocht ik het van dichtbij mee maken. Het was fijn om na het wicket van Gijs de Moppers te horen verzuchten: “dat hadden we echt even nodig.” Een lekker mentaal tikkie dus.
Even dachten we nog dat Toine aan zijn familie-weekendje ontsnapt was. Van het veld naast ons klonk plots stevige muziek, en we weten dat onze Toine over een magic-box beschikt om dat gezapige spelletje dat cricket nu eenmaal is, een beetje leven in te blazen. Maar nee, hij was het niet. Dit keer was het reguliere geluidsoverlast. Later stierven de klanken weer weg, en mochten wij in gepaste stemming onze match voltooien.
Na afloop prima biertjes en een keur aan nootjes en zoutjes.
Een knalrode Ford Mustang reed grommend het terras op en vormde een macho decor bij onze stoere sport.

Oostklasse Toernooi

Afgelopen zondag 12 juni 2016 vond er op de velden van Salland een unieke gebeurtenis plaats.  Alle 8 teams uit de Oostklasse hadden zich hier verzameld voor het Oostklasse toernooi. Het is natuurlijk uniek om alle teams uit een competitie op een veld verzameld te hebben, ik weet niet of dit ooit al eens eerder is gebeurd. Afgelopen seizoen werd door een deel van de teams die uitkomen in de Oostklasse al een t/20 toernooi  gespeeld. Het lag in de bedoeling dit T/20 toernooi dit jaar uit te breiden zodat  alle teams hieraan zouden kunnen deelnemen. Helaas bleek dit door de veldrenovaties bij o.a. Hercules en Quick 1888 niet uitvoerbaar.

Er werd daarom gekozen voor een T/10 toernooi waarbij alle teams op een complex tegen elkaar zouden uitkomen. Dit resulteerde in een geweldige dag waarbij ook het weer nog eens meewerkte. Ondanks de zeer matige voorspellingen bleef het vrijwel de gehele dag droog en konden alle wedstrijd gespeeld worden en werd er lustig op los gescoord. De totalen na 10 overs kwamen regelmatig boven de 90 runs. Om iedereen zo vee mogelijk aan bod te laten komen werden er een aantal speciale regels afgesproken. Na een drietal ronden kon de eindstand worden opgemaakt.

Mop won tijdens de finale tegen Salland de door Hengelo beschikbaar gestelde wisselbeker.

oostklasse toernooi

Hercules en Gelre speelden een tie in de wedstrijd om de derde plaats en eindigden als gedeeld derde. Hengelo (5de),Zwolle (6de), Wanderers (7de) en Friesland (8ste) verloren hun eerste wedstrijd en kwamen daardoor in de verliezers poule terecht waardoor de 5de plaats het hoogst haalbare werd.

Tijdens en na het toernooi waren uitsluitend positieve reacties te horen ondanks de soms wel lange wachttijd tussen de wedstrijden. De opmerking “wat nou competitie, laten we dit iedere week doen” geeft we aan hoe geslaagd dit toernooi was. Salland bedankt voor de prima ontvangst incl. afsluitende BBQ. Het was werkelijk een topdag.

Johan Vriezen

Gelre vs OHCC (Oxford) 28 mei 2016

Gewiekst captain als hij is, dacht Dolf dat hij genereus de keuze batten/fielden aan de tegenstander kon laten.

Vorig jaar kozen zij voor batten en dat zou ons nu ook prima uit komen. Maar helaas, wij mochten eerst aan slag.
Geholpen door enige wides bouwden Antoine en schrijver dezes aan een opening partnership van 41, in een redelijk tempo van bijna 5 per over. Uiteindelijk zelfs het hoogste partnership, naast twee andere van beiden 39.
Daarna kwamen dan de kanonnen. Menigeen sloeg een leuk totaaltje ( ik heb de gegevens hier niet paraat) maar er zat een 6 bij van Jonti, met helaas een bal gevangen op de boundary (Jonti zag de fielder zelfs op het vlaggetje staan, maar bonds-umpire Jasper had zulks niet waargenomen).
Chris Mobbs mag hier niet onvermeld blijven. We hadden nog zo gezegd “geen bommetje” maar op de eerste bal werd het bat al weer gehanteerd als ware het een middeleeuws houwdegen (hoewel Chris zelf dacht dat hij een defensive shot speelde) en daar ging die weer. Als hij gaat presteren mag hij zich de Duke of Leicester gaan noemen. Voorlopig is het de Duck of Leicester.
Wij kwamen uit op 169 na 35 overs.
Ons geheime wapen zat hem in de lunch. De tomatensoep was buitengemeen pittig en speelde via een vertraagde werking een half uur later pas op. Eén van hun batsmen had er behoorlijk last van, hetgeen een goeie score helaas  niet mocht verhinderen. De andere, Rob, in het echte leven psychiater, had kennelijk wel voor hetere vuren gestaan. Op hem had de soep geen effect.
Achter de palen had Arnaud het moeilijk. Onderdrukte vloeken waren te horen na weer een gestopte bal.
En terwijl de dalende zon over het tamelijk kort geschoren gras streek, tikten de punten run voor run richting ons totaal.
Antoine was van mening dat niets zo mooi is bij een sereen partijtje cricket als een beetje discomuziek uit een klein boxje.
Some would disagree.
De match ging dus verloren, maar dat mocht de stemming niet drukken. Leuke gesprekken bij het bier over onderwerpen als “welke Engelse koning nou ook alweer vermoord was met een gloeiende poker ‘up his arse’ ” en over het vergaan van culturen, zo mooi op ironische wijze becommentarieerd in Shelley’s gedicht Ozymandias. Niet waar?
Na afloop leuke speeches met een ereprijs voor de jonge bowler Asan jr (zijn vader speelde ook mee).  Hij ontving een Gelre cricketbroek. Ons zijn ze  ongeveer twee keer te groot, maar Asan jr was een uurtje zoek toen hij de broek had aangetrokken.
En zo eindigde weer een mooie cricket dag. Een dag die aangekondigd was met 90% kans op regen, maar die viel rondom ons en niet op de Damlaan.

 

Hercules – Gelre CC – 15 mei 2016

Beste cricketvrienden,

Zo kan het dus ook! Spelen op een echt cricketveld met kort gras, fielden als een hecht team, strak bowlen en rustigjes naar het totaal van 103 runs toe batten. Heel veel meer valt er eigenlijk niet van te zeggen en dan heb je het als reporter lastig.
De Herculanen waren goede gastheren. Persoonlijk smaakt mij de koffie altijd nog beter als die geschonken wordt in mooie blauwe kop en schotels van net een ruimer formaat dan de cilindrische exemplaartjes die wij gebruiken. De Kaiserbrötchen waren uitmuntend, met kaas en groente of met vis (sardines?) en dat tegenover een prachtige wand achter de bar met foto’s van het roemruchte verleden. Mannen (jongens nog) met petten en bolhoeden, dwarsgestreepte shirts, uit de tijd dat er nog geposeerd werd voor de camera. De borst fier vooruit, en een blik die spreekt: Wij beoefenen de Engelse slagbal sport Cricket.
Geen onvertogen woord dus? Nee, al zaaide Chris (Mobbs) enige onrust door een bal aan leg wide te geven, die voor 4 getikt werd. Chris bowlde nog beter dan dat hij umpirede en pakte twee wickets. Net als onze nieuwkomer Kirushanth.
En dan nu de hamvraag: waar werd deze wedstrijd gewonnen? Bij de toss? Bij het fielden? Bij het battten? Van alles een beetje. Maar het fundament is gelegd op de training, de woensdag er voor. Onder leiding van Dolf hebben Chris en Kirushanth toen hun line and length geoefend en dat heeft zich in de wedstrijd prima uitbetaald. Zoals de slag bij Waterloo gewonnen is op de cricketvelden van Eton, zo is wedstrijd van 15 mei in Utrecht gewonnen op 11 mei aan de Damlaan.
Overigens alle hulde aan diverse batsmen, niet in de laatste plaats aan James en Dolf die het samen beheerst uittikten naar 106 runs, na een stand van 64 voor 5. En dan vergeet ik nog het sublieme spinbowlen van James (2 voor 8).
Voor de match werden wij opgeschrikt door het bericht van Anjana’s opname in het ziekenhuis. Inmiddels is hij weer thuis, en we hopen hem weer snel in de gelederen te hebben.

Gelre CC – Salland 2, 8 mei 2016

Tijdens de jaarvergadering werd het K-woord uitgesproken. De K van Kampioen.
Eindelijk durft Gelre uit te komen voor zijn hoogste ambitie!
Het goede nieuws is dat we de competitie als eerste kunnen eindigen…, indien we al onze komende wedstrijden winnen.
Het slechte nieuws is dat onze eerste wedstrijd inderdaad een K-wedstrijd was, maar niet de K van kampioen (en ook niet van kokosnoot).
Aan de andere kant… Minus één uitzonderlijke prestatie van de kant van Salland was het een gelijke wedstrijd en scoorden onze gezamenlijke elf meer dan de rest van het team van Salland. Yet again, that’s cricket, waarbij één man enorm veel verschil kan maken.
We hebben het over Rocky. Rocky VI, kunnen we wel zeggen, als we kijken naar zijn boundaries. Of Rocky IX als we al zijn levens tellen, inclusief een bijna caught behind toen hij op 5 stond.
Dan speel je een andere wedstrijd, oftewel een wedstrijd binnen de wedstrijd, want bijna 300 runs gingen we niet halen.
Een paar fraaie individuele resultaten valt te melden. Met name de 25 van Ton en de 39 not out van Cees. Toch vermocht dit Cees’ pijn niet te verzachten. “Een leuk totaal, maar altijd in een wedstrijd waar het er niet toe doet,” sprak hij triest.
Maar wat deed er toe in deze partij? Niet langer de overwinning, maar wel persoonlijke lichtpuntjes die het mogelijk maken om te kunnen leven naar het aloude adagium: “Wees grootmoedig in overwinning, en trots in nederlaag.” En dan heb je iets nodig om trots op te zijn.
Ik heb zelf genoten weer op het gras te staan, ook al had ik af en toe wat oriëntatie problemen bij het wisselen van de over.
De ene keer square-leg, de volgende over een short mid-off. dat viel niet altijd mee. Captain Hans leefde empathisch mee en controleerde steeds even mijn positie: “Daar moet je staan Taco, daar bij die bloemetjes.”
Bloemetjes? hoor ik u denken. Was het gras niet gemaaid dan? Jazeker, maar na een paar dagen bloeit het al weer en daarbij: het wordt niet heel kort gemaaid.
Ons veld is één van de mooiste van Nederland, maar niet één van de beste qua cricket. Het is eigenlijk een heerlijk veld om lui achterover te liggen. Zeg maar, een campingveldje. Dus niet het hardere, minder comfortabele biljartlaken dat we een cricketveld noemen. Dit zal naast het aanstaande kampioenschap de inzet van dit seizoen moeten worden: een pitch creëren waarop echt gecricket kan worden. Dit zal wat discussie en uitleg vereisen. Vooral ook om begrip te kweken dat het ene grasveld het andere niet is. Zoals je in de Dode Zee niet fatsoenlijk kunt zwemmen (zout water jazeker, maar nog geen zwemwater zoals de Noordzee), zoals je op half botte schaatsen nog wel vooruit komt, maar het heeft met schaatsen niets te maken, zo is cricket op een campingveld nog geen cricket.
Nochtans was het een gezellige dag. Wij toonden ons sportieve verliezers, en Salland was bescheiden genoeg over hun overwinning.
Iedereen ging op deze Moederdag weer op tijd naar huis, behalve naar verluidt Antoine, die even ruim in zijn eieren zit de komende tijd. Sterkte man, hoop je weer snel te zien, en neem vooral je gezin mee.

 

Twenty/20 toernooi Salland 30 augustus 2015 

Over één dingen kunnen we het eens zijn: niemand houdt van Hercules. Sterker, ze houden niet eens van elkaar. Winnen of verliezen, het maakt niet uit, de sfeer is altijd om te snijden. En wonderlijk genoeg is juist in die club één persoon verzeild geraakt, waar iedereen alleen maar van kan houden: hun wicketkeeper.

Maar genoeg over een vereniging waar wij niet tegen speelden, hoewel ze wonderlijk genoeg wel deel uit maken van de Oostklasse. Nu staat de Oostklasse voor een bepaalde mentaliteit in en beleving van cricket. Dat iedereen aan bod komt, bv. Dus niet het totaal van je tegenstander passeren voor 1 wicket omdat je toevallig een cricketer meeneemt van drie klassen hoger.

Verder dacht ik altijd dat het oosten op zijn vroegst begint achter knooppunt Hoevelaken, dus wat doen Utrechters daar?

Maar goed: niemand houdt van Hercules, en in die toestand is geen verbetering merkbaar. They are the ones we love to hate.

 

Hoe anders is dat tussen de verenigingen uit de Oost. Handenschuddend en schouderkloppend begroeten we elkaar, en we doen er in de wedstrijd alles aan om het spannend te maken. Als de ontknoping nadert dan weet de ene partij niet hoe de ander in staat te stellen de wedstrijd toch nog te winnen. Beiden beijveren zich om vooral liever de ander de wedstrijd zegevierend te laten beëindigen. Liever dan zelf het laatste wicket te nemen, of de beslissende run te slaan.

Dat leidt tot welhaast groteske taferelen, zoals het missen van een vangkans in de laatste over, omdat het mooier is te sneuvelen op de één na laatste bal. Veel fijner dan zelf te winnen met nog 4 ballen te gaan.

Maar het kan niet ontkend worden: beide matches werden verloren. De eerste vrij ruim, en de tweede nipt.

Waar het aan ligt? Niet aan de captaincy, want die was weer van ongekend hoog niveau. Aan het bowlen? Nee, hooguit wat veel wides, maar die gooit de tegenpartij ook. Het batten? Ja, het batten. Maar niet het batten op zich, maar het batten in een 20/20. Er wordt te weinig rendement gehaald uit de weggeslagen ballen. Niet leep genoeg, en als het scherp moet worden vallen we in het eigen zwaard. En hier mag ik zelf wel eens het boetekleed aantrekken: Dolf uitrunnen op een moment dat het scorend vermogen weglekt uit het team als de rottende darmen uit een gestrande potvis (of zoiets). Die 11 schamele runs die ik nog wist te scoren konden nooit opwegen tegen de machtige uithalen van Supermario die nog in het verschiet lagen. Dat zijn niet 11 runs. Nee, dat zijn -19 runs.

Ook mijn umpiring was weer vergeven van een mist van merkwaardige beslissingen, met als dieptepunt het LBW geven van Antoine. Antoine! Zo’n jongen mag nooit LBW gaan na alles wat hij voor de club gedaan heeft.

Kortom, het rommelt in de vereniging. Leden zeggen op.

Daarom: laten we de gelederen weer sluiten en onze onvrede weer richten, niet op elkaar, nee, maar op een groep (ik noem geen namen) die buiten onze dreven speelt. Overigens ben ik van mening, dat alleen Oosterlingen in de Oostklasse moeten spelen, en eindig ik met deze oproep: De Oostklasse van vreemde smetten vrij!!

 

M.O.P. vs Gelre CC, 23 augustus 2015

Voorbij, mislukt. Onze laatste kans op het kampioenschap verkeken. Maar moeten we treuren? Nee.

Het was een mooie pot, tegen een sterker MOP, hoewel voornamelijk dankzij één man die 175 runs scoorde. Maar dat is cricket. het goede nieuws is dat wij bléven fielden, ook toen het partnership voor hun eerste wicket boven de honderd kwam.

Natuurlijk, het is Oostklasse, dus een captain kan na een century zijn batsman naar de kant halen, maar dat is geen verplichting. Misschien een ongeschreven regel, maar het hoeft niet. Bovendien betrof het een reguliere speler en niet een ingevlogen Zuid-Afrikaan in blauwe zwemboek, zoals we ook al eens meemaakte tegen Hercules. De vorige match hadden we deze batsman uit voor 8, ook toen door een vang van Jasper, maar toen scoorde Z. Abbas er een ruime 80. Dus of je nou door de kat of de hond gebeten wordt…

Geen match is compleet zonder een incident(je). Ditmaal een akkefietje tussen een fielder van MOP aan de boundary, die bang was dat de wedstrijd alsnog zou verregenen en onze Cees, die niet houdt van geschreeuw over een cricketveld. En gelijk heeft hij. Cricket is een serene sport met gereguleerde uitbarstingen van emotie, zoals het, liefst langgerekte, HOWZZAAAAT!! Al umpire-end kwam er ook zo’n call vanaf de boundary voor LBW, maar toen ik  mij lachend omdraaide om dit onlogische verzoek om een scheidsrechtersoordeel, kon ook de fielder een glimlach niet onderdrukken. Appeal afgewezen.

De angst bij sommige MOP-pers dat de wedstrijd wegens regen in non-result zou eindigen was overigens onterecht. Cees had al toegezegd dat gezien hun superieure totaal van 275, wij de wedstrijd dan als verloren zouden beschouwen. Fijn Cees, dat is nog eens die ouderwetse over-mijn-lijk mentaliteit.

Fieldend deden wij het prima, veel positieve coaching en we begonnen pas vangkansen te missen toen MOP de 200 runs naderde. Toch bevredigend dat we die ene rakker nog uit kregen. Derk (“Ich bin sofort gekommen”) bowlde de bal hoog, hem verleidend tot een machtig shot die gevangen werd, door Jasper. Wel lachen was, dat de batsman wat eerder een stukje gallery play (een sweepshot) jammerlijk verprutste, en ook echt kwaad werd toen ik hem dat zei. Ik zou denken dat als je boven de 100 hebt, dan laat je je niet meer gek maken.

Anjana en Mark Peart mochten openen in een ultieme poging om middels 8 runs per over hun totaal te benaderen. Ze streden dapper, maar het was niet te doen. Ik zelf mocht nog even in op 8 en scoorde per ongeluk nog een run. Ik wilde eigenlijk de laatste twee overs netjes uitbatten.

Walter Prescott zag het met lede ogen aan, en toen ik op de laatste bal hoekte naar square leg, maakte hij een gebaar van “ik ga niet meer runnen, laat maar zitten.” En gelijk had hij. Toch jammer. Ik droomde van een kampioenschap. Ik zag de chocolade letters van de Telegraaf al voor me:

GELRE SLEEPT KAMPIOENSCHAP WEG 

VOOR DE POORTEN VAN DE HEL  !!!!!!

 

met in een hoekje rechtsonder:

GREXIT LIJKT NU ONVERMIJDELIJK.

 

Binnen in een interview met Patricia Paay:

“mijn borsten zijn puur natuur. Iedereen mag komen voelen.”

 

De dag is het best aldus samen te vatten. Op de heenweg reed ik mee in de auto van Chris (van Borculo) en Cees er naast. Ik zelf achter in. Op de terugweg waren ik en Chris eerder bij de auto en kwam Cees op de achterbank terecht.

Zoals te verwachten kwam er commentaar op deze insubordinatie. Cees: “Ik vind eigenlijk dat de captain voorin moet zitten.”

Dit was een inkoppertje. Sorry Cees, verliezende captains mogen plaats nemen op de achterbank.

 

 

Gelre Vs Mop, 14 juni 2015   (Jasper de Boer)

“Life is like a box of chocolates. You never know what you’re gonna get,” zo luidden de onvergetelijke woorden van Tom Hanks in de aandoenlijke rol van Forrest Gump in de gelijknamige speelfilm. Wie niet beter zou weten zou denken de betreffende regisseur een liefhebber zou zijn van “the greatest game on earth”. En dat in een land waarin honkbal, ijshockey en football (om multinationale misverstanden te voorkomen, hier wordt American Football bedoeld en niet Australian noch de FIFA-variant! Of er ook in Sri Lanka een eigen variant zou moeten komen is wellicht ooit nog eens onderwerp voor een echte poll in ons clubblad van volgend seizoen.

Hoe dan ook. De cricketdag van deze zondag had good old Forrest zeker kunnen bekoren. Niet was zo zeker als het leek. Er was een zonnige, doch koele dag voorspeld. Ideaal weer om te openen met batten, zo beweerde onze dagskipper Lobach vol overtuiging. En daar begon gelijk de welbekende schoen enigszins te knellen, want wie op te stellen als umpire? Met slechts één lid van het vaste openings umpirepair (is dat een woord?) werd het gemis van dhr. T. Kramer pijnlijk duidelijk. Het zou niet voor het laatst zijn vandaag dat de gedachten van menig Gelrespeler even stilstond bij de afwezigheid van voorgenoemde. Daarover later ongetwijfeld meer. Terug naar het veld.

Daar trad MOP aan met twee Australisch-Nederlandse (of Nederlands-Australische?) gastspelers uit het roemrijke Hoaregeslacht. Deze lieten zich op het veld direct gelden door een tomeloze gedrevenheid op fieldingsgebied. Met stops die tegenwoordig alleen te zien zijn op de betere voetbalvelden werden verscheidene zekere runs verijdeld. Enig Australisch haantjes gedrag van Gelre’s eigen speler uit Downunder kon deze spelers niet uit hun ritme halen (evenmin als het dreigement om de verblijfstoelagen te verlagen!). Desondanks bouwde Gelre CC haar innings secuur op, hier en daar geholpen door een wide of goed gespotte No ball door de oppositie. De zeldzame LBW-appeals werden, na deskundige beoordeling, kordaat verwezen naar het verre rijk der fabelen. Fabelachtig was ook de eindscore van Gelre CC. Hoewel er noch een halve, noch een hele century op te tekenen was leverde elke Gelrespeler op zijn eigen wijze belangrijke bouwstenen aan voor een mooie eindscore. In het bijzonder zijn een mooie stabiele en productieve battingturn van opener Ton en “onze” Hoare (niet te verwarren met de door MOP opgestelde!) (resp. 8 en 38 runs), Dolf (20 runs), Anjana (36 runs), Chris (27 runs), een zeer stabiele Hans (not out), een prachtig ontregelende Arnaud (een leftie in de opstelling blijft voor veel tegenstanders toch een rariteit) en één prachtige sprint, inclusief duik van Antoine. Een mooi totaal van 188 runs voor 8 was het resultaat. Daar kon de catchhattrick van MOPspeler Rana, noch de duck van ondergetekende niets aan veranderen.

Over duck gesproken. Ook hierbij gingen de gedachten overigens uit naar de eerdergenoemde Kramer, want hoe nu dit alles op papier te krijgen zonder de aanwezigheid van onze vaste correspondent. Op zeer democratische, bijna Noord-Koreaanse wijze, werd besloten deze onmogelijk te vervullen taak toe te vertrouwen van diegene die een duck achter zijn naam zou hebben.

Na een welverdiende lunch, waarin de spelende elite werd vergezeld door een aanzienlijk aantal toeschouwers (groot en klein, oud en jong), het leidde zelfs tot waarderende blikken van Meneer de Wilde (mèt hoofdletter M!), was het zaak om het aantal runs voor MOP tot een minimum te beperken. Ook nu weer kreeg Gelre te maken met de Hoares. Met enige moeite wist de Gelre skipper het goede voorbeeld te geven en de gedachten van de Gelrefielders weer bij de les te krijgen. Gelukkig deed ook James er alles aan om te voorkomen dat de gedachten bleven afdwalen naar de (afwezige) Kramer. Met dank aan de oplettendheid van Sjoerd achter het wicket, die de schade van menig wide ball wist te beperken, vijf catches (de één wat speculairder dan de ander, maar allemaal oh zo belangrijk) en een groot aantal goed gebowlde ballen werd MOP in toom gehouden. Anjana zette voor dit doel zelfs zijn hand op het spel (hij wel!). Ondanks de 89 runs van dhr. Abbas bleef MOP steken op 156 voor 9. Een mooi resultaat voor Gelre CC.

Na een aantal verliespartijen dit seizoen dalen, hopelijk, de voorspellende woorden van ene W. Churchill, neer op Gelre. Het kan toch niet anders of hij had Gelre CC in zijn gedachte toen hij de woorden sprak:

success churchill

 

 

Hercules2 vs Gelre CC, 7 juni 2015

199 tegen 198 !

Verloren met één run.

Een ieder zal zich na afloop afvragen of er ergens in de wedstrijd een run is blijven liggen.

Een niet gelopen tweede run, een bal die net iets beter gefield had kunnen worden, een niet gegeven wide.

Maar hebben we eigenlijk wel verloren, of anders gezegd: tussen welke teams ging deze wedstrijd eigenlijk?

Gelre aan de ene kant, dat is duidelijk, maar die andere side? Feitelijk een Hercules/Vra combinatie, of liever gezegd een VRA/Hercules combinatie. 114 runs door een VRA speler en 52 (nog niet de helft dus) gescoorde runs door de werkelijk speelgerechtigde Herculanen.

Kijk, als je een speler van een andere club laat mee doen is dat prima natuurlijk. Dat doen wij ook, maar dat zijn spelers die horen bij het niveau van de Oostklasse. En dan zien we er ook op toe dat zo’n speler behoorlijk gekleed gaat. Dus in whites, en niet in een buitenmodel zwembroek. Ik zou zeggen: ga lekker naar een Zandvoort beach party.

Maar nog erger is dat een captain toestaat dat een wedstrijd totaal kapseist door de inbreng van een toegevoegde speler. En nóg erger is dat bij een gemoedelijk biertje achteraf niet toegegeven kan worden dat het toch eigenlijk wel buiten proportie was allemaal en dat de true spirit of cricket in the Oostklasse ver heen was geraakt.

Tot zover de schaduwzijden van deze zonovergoten dag. Laten we ons nu concentreren op de mooie kanten.

Wij misten enige sterke spelers, maar met behulp van Didier en Jasper (maiden performance?) hadden we een hele leuke bowling line up.

Er werd kranig gefield, hoewel misschien net iets minder vangen bleven plakken als wel mooi geweest zou zijn.

Ikzelf wist nog een loeiharde drive de doortocht te belemmeren ten koste van een pijnlijke hand. Enerzijds een gevoel van trots, anderzijds de twijfel: is zo’n pijnlijke hand die gespaarde run wel waard. Het verloop van de wedstrijd moge wel illustreren wat hier het juiste antwoord is. Elke run telt.

De lunch was prima, maar echt serieus konden we de wedstrijd niet meer nemen. 200 runs om te winnen was echt niet reëel. Dus gingen we rustig van start. Er kwamen wat runs op het bord en er vielen wat wickets. Ongemerkt bleven we een tijd in het spoor van Hercules, die ook pas later op stoom kwamen toen die ‘zwembroek’ wat zessen ging slaan.

Dolf, onverzettelijk en niet verzakend als altijd, begon ze aardig weg te tikken. Op goed moment hadden wij uit 12 overs nog 84 runs nodig, en dankzij goed batten van ook Chris en geholpen door talloze wides begon een overwinning zelfs in het vizier te komen. Toen Chris op 190 voor 27 uit ging zag het er opeens weer bedenkelijk uit. Maar het bleef tot de laatste bal spannend. Remco perste er 2 runs uit en ging toen run out en kwam Jasper aan bat. Eén bal te gaan, en op 196 twee runs nodig voor een tie. Jasper raakte de bal goed, maar sneuvelde tijdens de return run.

Verloren met één run. Sjoerd did not bat maar kan zich verheugen in de wetenschap dat hij net zoveel byes had als de gerenommeerde wicketkeeper aan de andere kant (3).

Wat wel lachen was dat de tegenpartij inmiddels in brokstukken van onderlinge irritatie uiteen gevallen was.

Toen ik collega umpire Didier even verwittigde dat hij een wide moest geven werd mij toegebeten dat ik me niet met de andere umpire moest bemoeien. Opeens was men niet meer zo gerust op de eens zo zeker lijkende overwinning.

Verwijten over en weer. Zelfs de captain verloor zijn zelfbeheersing toen een fielder naar het verkeerde wicket ingooide. Je ziet dan toch dat sommige sides alleen genieten als ze winnen terwijl bij ons Gelrianen een overwinning de pret verhoogt maar ons plezier er toch niet vanaf hangt.

 

Hengelo 2 vs  Gelre CC, 31 mei 2015.

Tja, toch weer verloren. Dat vraagt om een analyse (maar ik ruil de mijne graag in voor een betere).

Tossen bleek niet nodig aangezien de strijdplannen der captains elkaar aanvulden. Hengelo wilde batten en wij fielden, en zo geschiedde. Na een rustige start, zoals dat normaal is in cricket,  batte Hengelo zich een weg naar een keurig totaal van 163. Het bowlen was -zoals steeds- prima, met een paar luckies voor James. De eerste verliet zijn hand wat anders dan hij zelf verwachtte en kwam als een full toss op de batsman af die een no ball call verwachtte. Flink uithalen is dan het devies, maar hij liet hem gaan en kon clean bowled vertrekken. Veel ging goed, misschien wat veel wides, maar een goede vang in het verre veld, weer van James, een bal die bijna over zijn hoofd verdween en die hij half omdraaiend uit de lucht plukte. Hij deed daarmee de Sri Lankese cap die hij droeg, ontvangen voor beste catch, eer aan.

Batsman J.V. van Hengelo was niet één maar zelfs twee keer run out na een direct hit, maar in zijn eigen universum bat hij nog lustig voort. In de traditie van de grote W.C. Grace, die als hij bowled ging gewoon de bails weer op de stumps legde met de woorden: Wat waait het toch hard vandaag.

Verdere heldenfeiten: Arnaud, goed keepend, met nog een vang, terug op de plek des onheils (zie verslag Hengelo 1 vs Gelre). Helaas voor de zustertjes hoefden zij dit keer niet in actie te komen.

Aan bat ging het al snel mis. Antoine uit na een flinke uithaal. Daarna een betere fase. Taco 13 overs aan bat voor 5 runs, met Dolf in de rol van runmaker. Maar toen.. Anjana run out voor 0. Dat is toch alsof je een winnend kraslot van €1000 in de open haard gooit. Cees ondersteunde Dolf een tijdje, maar sneuvelde toen hij door wilde slaan. Chris idem dito. En James… uit voor 16. Dat is toch alsof je een winnend kraslot van €495 in de open haard gooit.

Verderop de batting order Remco nog heel verdienstelijk met 6 en een straight bat. Dolf ondertussen was niet uit te krijgen en batte uiteindelijk 39 overs voor 72 not out. Wij bleven steken op 133 runs. Bij een century hadden we gewonnen, maar we kunnen niet steeds rekenen op mega prestaties van één batsman. Dat lukte één keer met Anjana’s 93 n.o. tegen Hengelo 1, maar het zal toch de team effort van alle batslieden moeten zijn om weer eens een partijtje te kunnen gaan winnen. Misschien moeten we eens eerst batten, om het dan fieldend af te maken.

De bitterballen na afloop waren royaal in getal, en ik hield even mijn hart vast voor de rekening, maat dit keer was alles gratis. Een gezellige nazit dus.

Nog even een berichtje uit de ziekenboeg: Ernst heeft een zweepslag en is een tijdje uitgeschakeld. Over de oorzaak bereiken ons verschillende berichten. Het meest betrouwbaar lijkt de versie waarbij het noodlot toesloeg toen hij in de krochten van de kelder onder zijn huis een ultieme poging deed om een witte sok (zijn laatste) uit een berg tennisrackets los te trekken.

Zwolle vs Gelre CC, 17 mei 2015

Eenmaal aangekomen in Zwolle, waar de koffie klaarstond, werd ik al snel gemaand tot spoed.
Omkleden, we gaan zo beginnen! Ik had al rondgekeken en geconstateerd dat ik toch niet de enige was.

Sommigen arriveerden al in cricketkleding, maar anderen moesten zich nog omkleden. Onder de laatste groep bevond zich één van mijn ploeggenoten, ontspannen gekleed in grijze joggingbroek (stijl huispak Roy Donders) met daaronder rode wandelsokken en zwarte sportschoenen. Toen drong tot mij door dat drager dezes  serieus overwoog om aldus geüniformeerd the king of sports te gaan beoefenen. Kleding die geschikt is voor de huislijke kring, en daar gedoogd wordt als er genoeg compenserende eigenschappen tegenover staan. Zet men een stap buiten de deur, dan gelden andere normen dan de relaxte sfeer van chips-op-de-bank. Laat staan als men het cricketveld betreedt…

Op het veld beneden  ons stonden sporters zich uit te sloven door met mokers op tractorbanden te slaan. Een ruig volkje, wellicht aan het trainen voor de Highland Games. Daar was zo’n outfit nog wel op zijn plaats geweest.
Maar Gelre zou Gelre niet zijn als deze verstandsverbijstering niet onmiddellijk met de mantel der liefde bedekt was. Zonder verder commentaar werd passende kledij aangereikt en konden wij als één team, all dressed in whites, het strijdperk betreden.

Zwolle kwam traag op gang en stond na 9 overs op 19 voor 1. Toen kwamen de zesjes, en in de laatste 17 overs ging het tempo weer omlaag. Het is één van de eigenaardigheden van cricket dat de gevoelswaarde van gescoorde runs zo af kan wijken van het rekenkundige totaal. Wij verlieten het veld in de stemming van ‘prima totaaltje om tegen aan te batten’. Daarbij leken we niet door te hebben dat 156 runs om te winnen, gewoon bijna 4 runs per over is. We hadden ook niet echt iets fout gedaan. De meeste vangen werden gehouden, en er was goed gebowld, ondanks de gebruikelijke wides.
Misschien zijn wij nog steeds meer een bowling/fielding side en missen we de bite om aan bat in de aanval te gaan.
Die laatste opmerking geldt in ieder geval niet voor Anjana. Hij wist goed met de druk om te gaan, maar hij moest wel risico’s nemen. Een tijdje ging dat goed, tot de onvermijdelijke vangbal. Geniet even van de battingstand op de site van der KNCB.
Anjana staat op een gemiddelde van 127!
Dus.. de wedstrijd was lang spannend maar uiteindelijk wisten wij niet de versnelling in het batten te bewerkstelligen die Zwolle wel gelukt was.
Rest mij nog een primeur te melden: dit was de eerste wedstrijd van Gelre die door twee Bondsumpires geleid werd.

 

Hengelo 1 – Gelre, 10 mei 2015 door Taco

A well earnt beer?Het is misschien te makkelijk om gelijk te spreken van de Moeder Aller Comebacks,
maar een comeback was het zeker. Gelre beleefde al eens een gewonnen match na
8 runs voor 7 wickets, maar deze mocht er ook wezen.

Na een moeizame start was het al slechts 29 voor 4, but worse was yet to come. Wij verloren in 1 over 4 wickets, waaronder een hattrick. Nummer drie uit die serie was mogelijk geen loepzuivere LBW, maar… the umpire decides. Soms vraag je je af: zijn wij niet een beetje über sportief? Liever dan onze eigen side te bevoordelen gaat de vinger wel eens te snel omhoog bij een appeal. Een puntje, lijkt me, voor de volgende ALV (of eerder).
Het stond er to put it mildly niet florissant voor met Anjana in op nr 7 en Chris de nieuwe batsman op nr 10.
Dolf liet zich letterlijk niet uit het veld slaan en keerde onmiddellijk terug als umpire. Chris, degelijk als in zijn beste dagen was de ideale partnership batsman voor Anjana, die verdedigende shots afwisselde met flinke uithalen. Samen kregen zij 77 runs op de borden en begon het tij serieus te keren. Met iets meer dan 100 viel het 9e wicket en was het de beurt aan nr 11 Sjoerd. Als er iemand boven zichzelf uitgestegen is, dan is dat Sjoerd. Vakkundig blokkeerde hij de nodige ballen en werkte aldus mee aan een partnership van 49. Zijn moegestreden lichaam ging in de laatste over run out voor 1. Op de borden stonden 156 runs. Anjana had helaas niet door dat hij op een century stond, en eindigde op 93 not out. Extra verdienstelijk vanwege het trotseren van een hoofdblessure door een bal die hij in zijn eigen gezicht sloeg.

De lunch was adequaat, waarover straks nog een woordje.

Hengelo bleef lang op koers voor ons totaal met een ruime 3 runs per over. Gelre bleef strijdlustig en langzaam, langzaam begon de wedstrijd onze kant op te vallen. Een felle inworp van Ton schoot door tegen de lip van Arnaud. Bloedspuwend zag het er even serieus uit, maar een ziekenhuisbezoek deed wonderen.

bloed arnaudEen stralende Arnaud, handsome as ever, stuurde ons een foto naast het bord SPOED.

spoedSpannend bleef het, maar op 126 viel het verlossende laatste wicket. Hun nr 11 was al vertrokken wegens een dringende afspraak, dus 1 wicket kregen wij cadeau.

Onze vijf bowlers (Anjana, Chris, Dolf, Antoine en James) pakte ieder hun wickets mee en hielden de tegenstanders steeds onder druk.

Na afloop smaakte het eerste kratje bier uitstekend. Het tweede was voor eigen rekening. De bijbehorende hapjes waren …eh, luchtig.

Man of the Match: Anjana
Co-starring: Chris
Revelation of the day: Sjoerd
Speciale vermelding Dolf: tactisch LBW gaan en dan als umpire je team naar de winnende 156 coachen.

Nog even over de lunch. Sommige spelers van de tegenpartij hebben vroeger wel eens iets meegemaakt, in hun werk of zo, en daar mag je dan ongevraagd naar luisteren. Dat gaat dan ongeveer zo:
Toen ik voor Shell in Oeganda werkte heb ik nog een keer een gnoe helpen bevallen. Die veearts kwam net van de universiteit van Kampala en stond gigantisch te schutteren. Ik pakje mijn lasso en trok die baby gnoe aan het gewei zo de moeder uit. Later nog erg om gelachen op de jaarlijkse borrel van de consul. Prinses Juliana was er ook en die zei toen “Baby gnoes hebben toch geen gewei? “Waarop ik zei: “Majesteit, dan vraag ik me af waar mijn lasso dan omheen zat!” Hahaha.

 

GerleCC vs Bells Yew Green 13th Sepember 2014

And what a superb cricketing day it has been! Gelre chose to bat and to had face some fierce pace bowling. Just when Cees decided to “give it some humpty” he fell the unfortunate victim to an inswinging fast ball. Soon our wickets began to fall and things weren’t looking bright. Then Ton (newly engaged and apparently inspired) set a standard with a hard-hitting 14. Anjana just short of a half century (44) and an unleashed Jonty with a smashing 55 ( “I lost track of my total,” he later explained, “normally I can count my runs as I score them.” )
I don’t usually in these reports draw attention to my own efforts but I am forced to make an exception here, the reason being I was brilliantly run out by a direct hit from Jockey. Now let me explain something. They call me Geoffrey Boycott. An epithet I owe to my forward defence. However, Geoffrey used to run out his batting partners rather than being run out himself. So next time, dear Jockey, please keep a eye to cricket history and kindly throw the ball to the other wicket.
Then there was this bowlster (bowleress?) who yorkered one of our men.As a joke I told her to throw another one like that to incoming man Dolf Nijbroek. She did just that and our former Dutch champion was treated to a golden duck.
Theo made a lasting impression by “walking” after he had been caught behind from his glove. Well done, Theo.
That’s vintage cricketing behaviour, celebrating the spirit of the game. Thus we scored a 135 runs, which due to the highly cut grass (soccer-length) is quite a defendable total.
But boy, did we have to work hard for it. Luckily many catches were held, Some excellent ones, too by Toine diving to his left and Anjana who picked up a low one on his own bowling. We didn’t feel a ease at all, but in the end Bells’ total fell just 15 runs short to grab  victory.
Perfect third inning (which I understand is not how you English call it) with drinks all round. More socialising was to follow in the evening when we all met for a Japanese meal, in Zutphen’s converted old post office.
The ladies were a little late but proved worth every waiting minute. Delightfully dressed there appeared a company of true young goddesses. I had the pleasure of discussing English literature with Dominic’s daughter and I returned home much instructed.

Salland 2 vs GelreCC, 31 augustus 2014

Dit was  de meest bizarre match ooit van Gelre en mogelijk ook in de Nederlandse cricket geschiedenis.
Welke ploeg is ooit van een stand van 7 wickets voor 8 runs terug gekomen om de wedstrijd nog te winnen.
U leest het goed: 7 voor 8, met openingspaar Taco en Jasper met ieder 1 run geruime tijd als leiders in het topscorers klassement, omdat de volgende 5(!) spelers voor duck gingen.
Na een regenpauze keerde het tij en begonnen James en Dolf aan een heroisch gevecht. Zoals bij Thermopylae de 300 Spartanen stand hielden tegen de overmacht van het Perzische leger, zo vocht dit dappere tweetal Gelre bal voor bal terug in de wedstrijd. A comeback if ever there was one. Met een partnership van 68 (helaas geen seizoens-record, sorry Dolf) werd de stand naar 8 voor 76 getild. James met 58 runs een fantastisch aandeel
in 81 gescoorde runs. Ruim 70 % dus. Vintage Bradman. Hans in de staart nog heel nuttig met 6 runs, en captain Cees met een duck, inmiddels een serieuze kandidaat voor de Golden Duck in november.
De pitch was een verhaal op zich. Het was meer een moeras. Antoine typeerde het heel treffend: een gebowlde bal werd opzogen door de pitch en een minuut later weer uitgespuwd. Ik herinner mij zijn woorden nog zo goed omdat elke nieuwe passant op zijn poetische vondst getrakteerd werd (ongeveer 43 keer). Maar zo was het wel.
Maar goed dat Roderik niet mee deed, want die zou tot zijn middel in dit moeras zijn weggezakt. (Roderik: type ruwe bolster, ruwe pit, met ergens een klein hartje).
Gelre eindigde aldus op 105 en dat leek en bleek een verdedigbaar totaal. Alleen Theo Sikkema vormde met 44 een serieuze bedreiging, zeker toen hij Yonti voor 6 ging slaan. Dat had hij niet moeten doen, want Yonti vond het wel welletjes en cleanbowlde hem op de volgende bal. Op zich wel lekker die score van Theo want hij gaat mee op tour.
Man of the Match is voor mij… niet James, maar Dolf. Niet alleen omdat Dolf ook nog eens 4 wickets pakte, maar vooral omdat Dolf nooit versaagt. De ruggegraat van het team, en altijd het oog op de bal. Ook al lijkt alles verloren, we kunnen altijd nog hoop putten uit de wetenschap: we hebben Dolf nog.

Taco Kramer

Gelre – Hengelo 2, 13 juli 2014

Met een voldaan gevoel deden wij zondag jl het licht uit op de Gelre CC cricket ground.
Gewonnen! en verdiend ook. De hatelijke rode lantaarn is overgedragen aan Salland,
en er is een vooruitzicht op een prachtige finale zondag a.s in de strijd om de éne plaats van onderen. Tegen datzelfde Salland, waar we thuis overtuigend van wonnen. Maar dat zegt natuurlijk niets.
We zullen scherp moeten zijn.

De dag tegen Hengelo2 begon goed. Toss gewonnen en aan bat.
James leverde een ouderwets goede prestatie, carrying his bat gedurende 40 overs met 63 not out.
Verder Ernst (10) en Anjana (20) ook in de dubbele cijfers. Totaal 144, hetgeen een goed totaal is op ons veld.
Ook Hans L. verdienstelijk als openingsbat, meebouwend aan een eerste partnership van 34.
Dus in het veld moest het gebeuren. Dit moest te winnen zijn. Tot 57 voor 4 ging het redelijk goed, maar toen kwam weer die beruchte midden fase waar de concentratie en inzet verslapt en een succes nodig is om weer echt op te leven.

Dat ging zo: Roderik werd verplaatst naar cover point en met wijd geopende handen liet hij merken dat hij zin had in zijn nieuwe fielding positie. En je gelooft het niet: hij ving er één uit. “Ik heb de wedstrijd laten kantelen,” zo jubelde hij. Ik geef het niet graag toe, maar de cijfers geven hem inderdaad gelijk. Op 93 was een belangrijk wicket gevallen en Gelre leefde op. Ik wist trouwens best wel dat Roderik kon kantelen, maar dat waren tot dusver flesjes bier.
Het bleef wel spannend want Hengelo kroop dichterbij, maar F Cyriac ( met 60) bleek ondanks machtige uithalen niet in staat ons totaal te achterhalen. Zij bleven steken op 132.

En dan nu de vaste rubriek: De Lichtpuntjes.
Deze week is opnieuw Remco het lichtpuntje. Hoe kan dat denkt u, want hij speelde geeneens. Maar dat is juist het ongelofelijk slimme. Door niet te spelen en dus ook geen runs tegen zich te krijgen is Remco gestegen tot de tweede positie in de bowling charts. Met ander woorden: één van de werpers boven hem is uit de top drie gezakt.

Overigens moet vermeld worden dat in de ranking gekeken wordt naar twee berekeningen. Dat zijn
a) runs gedeeld door wickets, de zogenaamde average
b) runs gedeeld door overs, de zogenaamde economy rate.
Omdat de laatste hoger gewaardeerd wordt staat onze Remco 2e (met een ec. rate van 1.75, maar zonder wickets), en staat b.v. Cees met 13 wickets toch veel lager (15e) met een ec rate van 3.03..
Persoonlijk vind ik het een vreemde zaak. Als je mij, of aannemelijker, een Jasper één over laat bowlen in de laatste wedstrijd en er wordt niet meer dan 1 run gescoord, dan hebben wij de topbowler van de Oostklasse in huis.

Het was leuk om weer eens te winnen, maar het meest bijzondere was om 7 uur bezig te zijn geweest met een toch vrij idiosyncratisch spel en te beseffen dat deze milde afwijking gedeeld wordt met 10 andere kameraden.

Taco Kramer

p.s. Dolf ziet graag vermeld dat hij een stumping deed.

Gelre CC vs SGS, 2 juli 2014 door Taco

Eergisteren, 2 juli, een friendly tegen SGS. De dag begon in mineur wegens het recentelijk overlijden van Quicker en SGS man Stef Egging. Zelf heb ik Stef nog zien voetballen voor het eerste van Quick, voordat hij gegrepen werd door het cricket virus. Mijn vader heeft veel met hem gespeeld en had leuke verhalen over hem.
Eens speelde Quick een wedstrijd tegen een team dat vol zat met Jan-Peters en
Harm-Jannen. In navolging van Stef begon het gehele Nijmeegse team zich voor te stellen als: Stef-Jan, Frank-Jan, Willem-Jan etc.
Arthur van Lunzen sprak warme woorden ter nagedachtenis aan Stef en stelde voor om er te zijner ere een mooie wedstrijd van te maken.

Wel, SGS was kennelijk geïnspireerd, want er kwamen 190 runs op het bord. Wij dachten nog dat het dan zeker een goed batting wicket was, maar dat bleek niet uit onze innings. Hans B. op de eerste bal uit, en dat terwijl zijn ouders toekeken, en zijn dochter en zoontje (ook aanwezig) met hun eigen spel bezig waren. Toch ook nog een eervolle vermelding voor een heroïsch gevecht in het verre veld met een hoge bal, een enorme duik, en dat alles in de schaduw van het zomerse groen.
Die plek op deze dag van nagedachtenis zal voor altijd met jou verbonden blijven Hans.
Daar horen poëtische woorden bij:

If I should fail to catch the ball, think only this of me
That some corner in a far outfield shall be forever Gelre

Vrij naar Rupert Brooke- The Soldier, (1914)

Ik moest voor het einde van de match weg, maar met nog geen honderd voor 4, en nog een 12 overs te gaan leek de overwinning voor SGS een “walk in the park.” (Zie verder teletekst pagina 621)

Naar verluidt bezat Stef een prachtig toilet dat geheel gedecoreerd was met cricket relikwieën. Dit kamertje zal in zijn geheel een plaatsje krijgen in het clubhuis van Quick (exclusief toiletpot).

 

Zwolle vv Gelre CC, 29 juni 2014 door Taco

Onze match tegen Son(6 juli)- waar ik zelf niet aan mee gedaan heb-  is alweer achter de rug, maar ik hoef er eigenlijk niet eens bij geweest te zijn om een verslag te maken: 170 gescoord en eenvoudig overvleugeld in 25 overs. Er schijnen veel vangen gemist te zijn.

Weer verloren dus, en het is zoeken naar lichtpuntjes, en ik kan zeggen ik heb er één gevonden: Arnaud! Waarschijnlijk verbaast jullie dat, maar ik kan jullie verzekeren dat althans Arnaud de eer van Gelre nog hoog houdt. Hierover later meer.

De oplettende lezer zal gemerkt hebben dat de uit-match tegen Zwolle (29 juli) nog niet door mij verslagen is. Ook in deze match trokken wij aan het kortste eind, maar we gingen strijdend ten onder. Onze score reikte tot 98 runs met Dolf als late topscorer (20 not  out). Een blessure noopte hem laat in te gaan, anders hadden we wellicht nog wat meer runs gehad. Een verdedigbaar totaal dus, zonder dat we ons al teveel illusies hoefde te maken. Yonty en Chris goed met de bal (beiden 3 wickets). We wisten hun 8e wicket niet te pakken, wat jammer was want daarna kwam niet veel batting. Zwolle passeerde ons met 102 voor 7. Eindelijk had Gelre weer eens fighting spirit getoond, maar het zegt wel iets over ons huidige peil dat we tevreden zijn met een mooie nederlaag.
Na afloop was er bier en zelfs blikjes Guinness (hoewel die met moeite afgestaan werden, want “die zijn wel iets duurder.”)

Moment van de dag was de duck van Ro (keurig op de eerste bal). Onze Ro was de nacht ervoor op zijn club Minerva geweest, en misschien is het hangen aan kroonluchters tot 3 uur ‘s nachts toch niet de ideale voorbereiding voor een cricket match. Maar toen gebeurde er iets opmerkelijks! Ro was zichtbaar  aangeslagen. Hij baalde van zijn duck. Hier uit kunnen we dus afleiden dat Ro een gevoelsleven bezit. Dat was nog nooit iemand opgevallen  en ik ben dat gaan uitzoeken.
Het zit zo: Een tijdje terug waren Yonty en Dolf het materiaalhok aan het opruimen. Opeens ziet Yonty iets liggen onder een paar bails en zegt: Pa, wat is dat? En Dolf zegt: Verrek, volgens mij is dat het gevoelsleven van Ro. (Ik ga hier niet beschrijven hoe dat er uit zag, deze verslagen kunnen ook jonge kinderen onder ogen komen). Maar Ro was er blij mee, “Ja, ik was het inderdaad al een tijdje kwijt, maar daar had ik verder geen last van.” Vervelend voor hem dat zo’n duck dan extra zielenpijn doet, maar er zit ook een mooie kant aan.
Roderik was heel complimenteus over mijn kleding, en stelde zelfs voor om een keer samen kleding te gaan kopen.
Echt zó lief.

Tot slot: Arnaud. Terwijl wij in de competitie onderin bungelen, en ook de bowling en batting cijfers niet bijzonder zijn, is er één ranglijst waarin Gelre, in de persoon van Arnaud, een partijtje meeblaast: met 7 vangen en 1 stumping staat hij 2e in het fielding klassement. Dus: vergeet de competitie. Alle ballen op Arnaud.

 

Hengelo vs GelreCC, 22 juni 2014 door Taco

Het goede nieuws is dat we niet kunnen degraderen. Het slechte nieuws is dat we
in de onderste regionen van de 4e klasse Oost ronddwalen.
Toen afgelopen winter de competitie indeling gemaakt werd, is door Gelre
benadrukt dat we wel wat tegenstand wilden. Logisch dat we na onze triomfen in de
derde klasse dachten dat we rijp waren voor nieuwe heldendaden, op misschien een nog hoger
niveau. Maar ja, dit is cricket. Nergens verbleken de resultaten van gisteren zo snel, en de
geschiedenis kent vele verhalen van wisselend fortuin.

Hengelo batte eerst en wij hielden ze op een redelijke runrate van iets meer dan 3 (99 runs na 30 overs).
Maar zij liepen uit naar 160, op een redelijk lopend veld. We deden niet veel fout, (er was een mooie vang van Ton in het outfield, eindigend op zijn rug, de bal koesterend aan zijn borst als een pasgeboren baby), maar het ontbrak aan vechtlust.
Aan bat  startten wij goed met een fraaie 29 van Ernst  en een goede19 van Shehan (gadegeslagen door zijn vader),
maar op een stand van 75 voor 7 zag het er niet goed uit. Anjana en Taco (in die volgorde) wisten een goed partnership op te bouwen die uiteindelijk strandde op 115 voor 8. (Ik baalde gigantisch want hier was een “epic in the making”. De wedstrijd begon onze kant op te kantelen, en onder de vleugels van Anjana was ik bezig te helpen de zege voor Gelre binnen te slepen).
Daarna was het pleit snel beslecht en wij eindigden op 117. Ook Cees kon geen potten meer breken. Door een blessure deed een simpele forward al pijn. (Nochtans vond hij het belangrijk dat zijn 0(!) runs genoteerd stonden als “not out” Maakt niet uit Cees, nul runs is nul runs, dus dat is gewoon één punt voor de Golden Duck Award).
We kijken nu vooruit.
Wat te doen?
We kunnen de trainer ontslaan,maar in zijn contract schijnt een clausule te staan dat hij dan 6 nieuwe cricketballen en een korfbalpaal meekrijgt, en dat
kunnen we niet betalen.
Vrienden, het is vanzelfsprekend ons te identificeren met succes, en het is menselijk een nederlaag te analyseren,
ja bijna te gaan ontkennen. Maar iedereen weet wat er geschreven staat op de muren van Lord’s. Een spreuk waar elke inkomende batsman langskomt. De beroemde uitspraak van Kipling:

If you can meet with Triumph and Disaster
And treat those two imposters just the same

En ik hoef, denk ik, niet uit te leggen dat we op Gelre  wel eens met een grotere ‘Disaster’ te maken hebben gehad dan een verloren cricket match.
Dus.. met goede moed naar Zwolle, de sterkste club uit de competitie en derhalve een uitgelezen tegenstander om ons zelfvertrouwen op te vijzelen.
Weer zonder James, die midden in de competitie tien dagen romantisch op reis gaat naar Spanje met zijn geliefde (tevens zijn vrouw). Vier huilende kinderen en een complete cricketclub verweesd achterlatend.
James, we wensen je een mooie tijd, en kom terug als de geweldige cricketer die je eens was.

 

Verlies Gelre CC vs Hercules 15 juni 2014

Afgelopen zondag had zo’n mooie dag moeten worden.
Op de training de woensdag ervoor de laatste “chinks in my armour” weggewerkt, de techniek tot een puntje bijgeschaafd, het bat voorzien van een nieuwe omslag voor de handle (dank, Dolf!), de cricketwhites netjes ingepakt. Ik was er helemaal klaar voor. Even later was ik er helemaal klaar mee. Ik was … dropped! Daar stond ik dan voor Jan met de korte achternaam ( en dan bedoel ik niet Jan Smit, die natuurlijk ook “gedropped” is – door Yolanthe – maar dat zal toch minder pijn gedaan hebben dan de afwijzing die mij ten deel viel). Ja, dan heb je opeens “time on your hands” dus ben ik thuis maar de trap gaan schilderen, beetje rondhangen, beetje porno kijken, voelen of de trap al droog is, beetje porno kijken, de trap is droog!, beetje porno kijken, sporen uitwissen (Schat ben je verkouden? de tissues gaan zo hard!) Dan een telefoontje… Dolf belt, “waar blijf je nou? we gaan nu lunchen. O.k., je doet niet mee, maar kijken is toch ook leuk?” (zoals de feodale heer zei tegen de boer wiens bruid hij kwam opeisen voor het recht van de Eerste Nacht). Gelre had Hercules uit voor 117, hetgeen een haalbare target leek voor 40 overs. Het mocht niet zo zijn. Op 99 viel het laatste wicket, mede onder druk van de runrate die inmiddels nodig was om nog te kunnen winnen. Dolf 39, de rest aanzienlijk minder. Bowlen (Cees 6 wickets) en fielden was goed, maar het batten niet. Cees gaf een haarfijne analyse: “het batten was niet goed, we verloren teveel wickets”. Goed gezien Cees, ik zou er aan toe willen voegen: en we scoorden te weinig runs. We? Not me! Ik deed niet mee. Toen ik ’s avonds mijn bat uitpakte, viel er iets uit mijn tas. Ik pakte het op. Het waren 20 runs…
De 3e innings was extra gezellig met een vaatje haring, aangeboden door Rik (leuke geste, Rik!)

Gelre CC – Zwolle, 11 mei 2014 ( “Where did it go wrong?”)

Iedereen kent de anecdote over George Best die in een hotelbed ligt met Miss World,
omringd met enkele tienduizenden dolllars casino-winst en champagne bestelt. De kelner
betreedt de kamer met de feestdrank, overziet het tafereel en vraagt:
“Mister Best, where did it go wong?”
En dat is exact de vraag die we ons zelf moesten stellen.
Zwolle, eerst aan bat, stond op 45 voor 9 en niets leek meer mis te kunnen gaan. Anjana en ik (niet gespeend van historisch cricketbesef) refereerden nog aan de twenty/20 finale waarin West Indies, na een begin van 9 runs voor 3 wickets toch nog wonnen van Sri Lanka.
Maar “not in our wildest dreams” hielden wij rekening met een dergelijk scenario.
Echter, Zwolle herpakte zich bewonderenswaardig, in gestaag vallende regen, en eindigde op 87 voor 9, met 47 runs door hun nr 7 batsman.
Nog leek er geen man overboord, alhoewel wij een line-up hadden van 9 en niet 11 batsmen. Jasper had afgezegd
met rugklachten, maar we misten nog een man. En hier ligt de sleutel die het rampzalige wedstrijdverloop moet verklaren. En die sleutel heet:
James (onze Aussie of Brit al naar gelang het verloop van de Ashes). Toegegeven, het had iedereen kunnen overkomen, maar
our dear James, heeft in het ragfijne spel van thuisfront vs cricketmatch zijn troeven verkeerd uitgespeeld.
Halverwege de week meldt hij zijn vrouw dat Moederdag “all in the family” gaat worden want er is regen voorspeld en dus zal
er geen cricket zijn. Vrouwlief neemt dit letterlijk en zet voorbereidingen voor Moederdag-ontbijt in volle gang. En zo kon het gebeuren dat
op de Damlaan een wedstrijd volledig in de regen werd gespeeld, terwijl James zich tegoed moest doen aan chocolade croissants, en “Oh, jongens wat een feest, er zijn zelfs aardbeien en slagroom.”
Natuurlijk er waren wat cock-ups: onnodige run-outs,(ooit gehoord van een nodige run out?) wat gedropte catches, maar na het goede bowlen (Hans een stuk of 6 wickets),had het nooit fout mogen gaan.
We zijn verslagen door Mother’s day. Maar als de Urkers zich geroepen voelen om 4 Mei niet op Zondag te gedenken, mag ik dan verzoeken om de Moederdag voortaan op zaterdag te vieren?
Eervolle vermelding gaat naar Roderik die ondanks hevige rugklachten een stel runs produceerde, ( en troost zocht in meerdere jenevertjes).
Een hoogtepunt na de wedstrijd was de presentatie van onze cricket brochure. Een prachtig stukje drukwerk, met veel doorzettingsvermogen georganiseerd door Antoine, en heel fraai vormgegeven door Anjana’s vrouw Ingrid.
Op papier zijn we een prachtclub met een onoverwinnelijke uitstraling.

 

Gelre CC vs Capel 8 sept 2013

Dit wordt dan het laatste verslag van de laatste cricketwedstrijd van het seizoen. Dat wil zeggen in Nederland. Binnenkort volgt nog the grande finale in het cricketgekke Sussex tegen o.a. Capel CC.
Cricket-gek was het trouwens ook afgelopen zondag tegen datzelfde Capel.
Maar kunnen we wel spreken van een cricketwedstrijd in de eigenlijke zin? Het was meer een georganiseerd uit de hand laten lopen van iets wat begonnen was als een min of meer serieuze sportontmoeting. Ik vrees dat de
geest van Monty Python meer en meer over de eerbiedwaardige Gelre Cricketground begon te waaien. (De foto van Dolf naast Didier op dat bankje kon ik niet meer op de site vinden, maar als je goed kijkt zie je een uncanny ressemblance met Terry Jones van diezelfde Pythons – alleen dan met snor).
De dag was rustig begonnen met een aanhoudende regenbui, maar na een compleet seizoen zonder verregende wedstrijden kon ook vandaag gewoon gespeeld worden. Capel is een leuk team met een mix van jonge en oude spelers (de leefdtijdscategorie rond de dertig ontbreekt geheel) en hebben een spelopvatting die geheel overeenkomt met de onze: het gaat om het spel en de
gezelligheid. Winnen? ach, dat is leuk, maar daar gaat het helemaal niet om. Kort samengevat: ze willen heel graag winnen.
Wij begonnen met fielden, en onze sterkste bowlers werden achtergehouden, want het moest wel gelijk opgaan. Zoals de engelsen zeggen: “we aimed for a competive game with a close finish.” Maar we hielden we nog genoeg goede werpers over. Daarvan scoorde Chris een bijna hattrick (3 wickets in 4 ballen). Capel scoorde 101, een leuk totaal om tegenaan te batten.
Een jonge merel volgde het spel van dichtbij. Even vreesde ik voor het leven van het juvenieltje toen Roderik het beestje van achteren naderde (iedereen weet hoe hard Ro kan uithalen). Mijn vrees bleek onterecht, want het diertje werd liefdevol een eindje verder geholpen. Prachtig om de beschavende werking van cricket op de medemens in actie te zien.
En… we hebben er twee nieuwe bijnamen bij. Na SuperMario (Dolf), nu ook Fiona  (Antoine) en Miss Piggy (Ernst). Eerst even over die laatste. Ernst, ik richt me tot jou en mag ik je als club-oudste een vaderlijk advies geven? Op zeker moment kom je op een leeftijd dat het niet langer in je voordeel werkt om de rondingen van je lichaam te accentueren d.m.v. strak zittende shirtjes. Wat plat was, is nu rond en wat geprononceerd was (biceps, triceps, etc.) is nu plat. Borst wordt borsten en sixpack wordt dikpack. En dan de kleur.. Je stapt nu met je theateropleiding een nieuwe wereld binnen, en ik denk dat je je moet afvragen welke signalen je wilt uitzenden. Er lopen daar leuke jonge meiden rond, maar (laten we er niet om heen draaien) ook homofiele jongens. Je bent veilig ten aanzien van de eerste groep, maar ik maak me zorgen over de tweede groep. Wij willen straks niet in de krant lezen:
Man (middelbare leeftijd) gevonden langs de Prinsengracht, slechts gekleed in roze Sail Amsterdam shirt, met drie pauwenveren in zijn achterste. Slachtoffer kon zelf geen duidelijke verklaring geven wat hij daar deed of hoe hij daar gekomen was.
Dan Fiona. Toegegeven. Toine heeft zich geweldig gekweten van zijn gastheerschap, en waar anderen afhaakten bleef hij tot diep in de nacht onze gasten begeleiden langs steeds onguurder wordende steegjes van Zutphen. Zaterdag heeft hij een jongetje van Capel “gekocht.” Ter verduidelijking: het betrof een nep-veiling ter financiële  ondersteuning van het jeugdcricket van Capel. Het charmante en ontwapenende van onze Toine is dat hij serieus lijkt te denken dat zijn “aankoop” @ 11 (elf!) euro betekent dat het jeugdcricket van Capel voor de komende acht jaar uit de financiële zorgen is.
Toine werd dus Fiona (de spelers van Capel hadden blauwe shirts, met namen als Shrek en Chubby). Ik kan u gerust stellen: Fiona heeft zich ten aanzien van zijn (haar?) schandknaapje keurig gedragen. Ik heb ze slechts één keer het materiaal hok binnen zien lopen, (“om iets te pakken,” zei Fiona)
Terug naar de wedstrijd. Spannend werd het. Zo spannend dat James, die retired was gegaan zijn legguards weer aantrok om zo nodig de laatste punten binnen te tikken. Dit bleek niet nodig. Chris sloeg de winnende run, ondanks het feit dat driekwart van Gelre met Capel mee stond te fielden. Zo’n wedstrijd was het.
Eén der Capel-ianen had gebat, gekleed in een felrood nurse’s uniform (ik was nog het meest verbaasd dat zulke pakjes in de maat
XXXL werkelijk bestaan).
Het eten na afloop was gevarieerd en erg lekker. Er waren toespraken waarin iets gezegd werd, en toen een tegen-speech met ook weer woorden. Hartverwarmend allemaal. Capel en Gelre voelden zich voor even het epicentrum van het Ware Cricket.
Kinderen speelden hun eigen spel, midden op de pitch, en zo eindigde weer een heerlijk cricket seizoen. De treinen blijven rijden,  maar het veld zal er verlaten bij liggen. De bomen worden geel en dan kaal, het veld misschien wit van de sneeuw en dan.. op een dag in het voorjaar van 2014 zal een argeloze treinpassagier zich afvragen wat die mannen in witte pakken daar nou aan het spelen zijn.

 

Gelre CC vs Kampong 1 sept 2013

Sunday 1st September goes down in the annals of Gelre cricketing history. If ever there was an event for our resident scribe to put into the history books, this was it. But he wasn’t there. I’m sure he had something more important to do—clean a kitchen cupboard or weed his garden perhaps. Maybe he had to walk the cat or have a sleep on the couch. I can see him admiring the asters in his garden, his feet up wearing his blue felt shoes drinking some nettle tea. Whatever his reasons for not being there, I’m sure they were defensible and legitimate. But today’s events, our last competition game of the season, will not be scribed by his pen.

I arrived late, having entertained some English friends the night before at Cafe de Deur where “one for the road” had turned into “six more for good luck”. So feeling “lucky”  I ran onto the pitch just before the first ball was bowled. I was grateful I hadn’t done the Zutphen pub tour guide after 1am which would have involved a trip to “La Biyclette” where you wipe your feet on the way out rather than the way in.

I’d missed the captain’s pep talk, but no drama, I’m sure it involved generous application of the word “lekker” (“we gaan lekker strak spelen, lekker winnen”) and we’d all be pulling in the same direction. I quite liked Hans’ expression the other week “we gaan hun poepie lekker laten ruiken”. Whatever variation of “lekker” it was going to be, I was sure we’d keep our promise made to Hengelo—no worries, we’ll beat ‘em boys, and keep your chances alive of stayng in the third division.

Ernst started from the pavilion end, and, after bowling the obligatory warm up wide soon found his line and length. He also soon found the ball in his hands too, caught and bowled. Kamong 4-1 after one over. Good start. Anjana commenced from the other end and just one run was scored from the next three overs. Hans soon relieved Ernst, and after ten overs Kampong had a meagre 25 runs on the board. The batsmen were very cautious, defensive, even worried maybe? Easy singles were left alone, the game seemed in the bag.

Or was it? It was clear this was a different Kampong team. Despite a low run rate their batting technique was solid, and a set of fourteen year old twins (the brothers D & M Appel) were showing the best front foot technique I’d yet seen in the competition. Sure enough, D Appel never looked bothered. He was soon seeing the ball well, his confidence growing and was hitting some very stylish front foot glancing drives through cover and point off our star bowler Anjana, even drawing gasps of praise from Dolf at first slip.

At some point the game started to get out of hand. Opinion was divided when this was, according to Hans it might have been when I dropped Goethals at mid off who was looking dangerous. If it wasn’t at that point it might have been my disastrous second over which cost Gelre 22 runs. The ball seemed to be landing anywhere except on a good line and lenth, and Sjoerd (and Dolf at first slip for that matter) had great difficulty in stopping a wayward cricket ball that had seemed to have transformed into a golden “snitch” in a game of Hogwarts quidditch rather than disciplined line and length bowling to keep up pressure on a batsman. A collective sigh of relief was heard as Cees relieved poor James of his bowling duties and lick his wounds at cover. We dropped a few more catches after that, I eventually managed to hold one, albeit in unconvincing style. Their run rate had lifted and as I looked over my shoulder there seemed to be an army of batsman waiting, practicing in the nets with solid straight techniques and the assured arrogant demeanour of a bastman who knows what he has to do and how he’s going to do it. Meanwhile D Appel was starting to show us all corners of our Gelre field. Wasn’t this the lowest team in the comp? And didn’t we promise Hengelo we’d beat them?

What had we got ourself into?

The run rate was kept high, steadied a little when Cees brought himself in, Mehesh bowled his first overs for Gelre (medium pace, think Chris Maltby) but it was Ernst, Anjana and Hans who bowled the lion’s share getting two, three and two wickets respectively. However Kampong’s batsmen at numbers 2, 3, and 4 had scored 36, 60 and 21. Their lower order had plenty of wickets in had to slog out the innings, and “give it some Humpty” they did. D Appel was eventually bowled out for 60 by Anjana. In fairness, we never looked like getting the kid out until he started slogging, the tail wagged and our last over went for 22 runs. All told it was 208—not what we’d expected and although I’d missed Cees’ pre-match pep talk I’m sure it wasn’t along the lines of “lets bowl some wides, drop some catches and let them hit us around for over 200 runs”.

With 35 overs bolwed we headed off for lunch. Jan had at the ready: well, I could give you three guesses at what we had for lunch, in fact you’d only need one guess. But it did the trick, I’m sure one day we’ll have some fresh home made lemonade, turkey sandwiches with spinach aioli finished off with some pecan pie brownies and fresh strawberries and cream. But not today.

Ton and Cees started proceedings after lunch, however the first over saw Ton caught, after which Cees was bowled around his legs, to his great surprise the ball just nicking leg stump and it was the long walk back. Spare a thought for poor Cees who was waiting further punishment at his in-laws, where his presence was required at a birthday party. I can still see him there, sitting in a circle, sulking over coffee and cake and pondering on the mess he’d left behind.

After just two overs Gelre were 2 wickets down and nothing to show for it. Kampong morale in the middle was high, all grinning from ear to ear at having such a magnificent start. Yet Dolf quickly showed some great touch, three quick boundaries hit in convincing style, a Pontingesque pull shot from the pavilion end drew a compliment from the keeper and some hard hitting drives followed. A mistimed off-drive however saw Dolf caught at mid-off and walking back having delivered a quickfire 24 runs and wondering what might have been.

Upon coming to the crease Anjana had warned me: “I’m a greedy batsman, don’t let me get too greedy, James”. Whatever! He quickly introduced himself with two boundaries, and the silence in the field was deafening. Looking at the scoring book, Anjana’s first four scoring runs were: 4, 4, 3, 4. Some consider greediness to be a sin, but as the non-striking bastman I was happy to stand back and watch a firework display of pulling and driving. The greedy batsman was fed a diet of slow short balls which were put away, and he started feeding himself with great gusto.

If Cees had been wondering what was happening, he’d left behind an Anana who was starting to see the cricket ball as if it had morphed into a beach ball, large, fat and ready to be hit. He hit it with force, through the on-side, the off-side and to the wherever-which side. The field seemed half it’s size as he found the boundary with monotonous regularity, increasingly despondant fielders fetching the ball (yet again) from the Damlaan, sometimes retrieved from a maize field, a ditch, or in bracken. At one stage an extra deep mid wicket fieldsman was placed, some forty metres apart from the other, yet Anjana seemed to find the gap between them.

His total quickly overtook James’, who stayed on 42 for an eternity. In total Anjana hit thirteen boudaries and three sixes, quickly reaching a century, the first Gelre cricketer to ever do so—105 not out. James 60 not out, and the target was reached with two overs to spare. A partnership of 146 runs. Spare too, a thought for Roderik, the next batsman in who had to wait 21 overs to realise he wouldn’t make it to the crease.

Spare too, a thought for Shehan, involved in a waiting game of his own, who’d come as a spectator to support, and be supported.

You can tell the season is almost over. The forest around the Gelre field is different at the end of summer. If the foilage is young, thin and green in spring, the end of summer brings a canopy that is dark and dense, the branches waving in dark textures to form a backdrop to our field. It’s a natural Amsterdam Arena, found somewhere in the Achterhoek, and if you’d described to me the game that would have developed yesterday I might have even paid good money to see it. But to have participated, and to have witnessed our club’s first century at the non-striker’s end—I’ll take that instead.

See you all next Sunday.

James.

 

Gelre CC vs Hengelo. 18 aug  2013

Het was weer een zinderende partij, zondag 18 augustus jl aan de Damlaan. En toch duurde het nog een hele tijd voordat de vlam in de pan sloeg.  Gelre, eerst aan bat, ging rustig van start en na 18 overs hadden wij pas 31 runs.  Met Chris nog steeds aan slag en rustig voortbouwend aan een persoonlijk totaal van uiteindelijk 34. Dolf ging goedkoop uit voor 9 en James zag een mooie bal zijn innings in de kiem scoren. Het Masterplan van captain Hans begon er zorgelijk uit te zien, maar toen begon de machine opeens goed te draaien. Anjana had gedroomd van een half century en loste
die belofte in met een prachtige 49 not out. Sheehan – helaas gevangen op de boundary –  en Roderik  (met een
mix van cricketslagen en zelfbedachte uithalen) voegden nuttige runs toe. Antoine (als nr 8) timmerde flink aan de
weg en joeg met een 35 n.o. het totaal verder op tot een verdienstelijke 157.
Hengelo startte  voortvarend, maar toen hun wickets begonnen te vallen, kantelde de wedstrijd overduidelijk naar onze kant.
Zeg nooit “Cat in the Basket,” maar het zag er goed uit op 50 voor 6. En toen trad deel 2 van het Masterplan in werking.
Hiervoor moeten we terug naar de fase vóór de wedstrijd. Hans had Derk (voor het eerst er weer bij!) in de waan gelaten dat hij misschien niet zou bowlen. Derk acteerde hierover heftige emoties, en ik moet toegeven de locatie was perfect (nl. in de kleedkamer). Ook de randvoorwaarden klopten (deur van de kleedkamer van de gasten stond open). Timing? Kon niet beter, nl net voor de wedstrijd. Derk dreigt weg te lopen (met een snik in de stem waar Hazes een puntje aan kan zuigen) en het hele team gaat bezig dit binnenbrandje te blussen. Hengelo, ondertussen, heeft alles meegekregen via de openstaande kleedkamerdeur. De gasten wanen zich inmiddels in de ‘driver’s seat’, de overwinning is half binnen. Ik moet zeggen: Chapeau, Hans en Derk! Ik heb deze truc (de engelsen zeggen “gambit”) zelden zo mooi uitgespeeld gezien.
Toen Derk dus toch mocht bowlen leidde dit – zoals te verwachten –  tot totale verwarring. Alleen helaas niet bij Hengelo.
Toen de kruitdampen van zijn onnavolgbare over waren opgetrokken (een over vol toverballen, met ook een onvervalste
ball-stuck-to-the-hand-delivery) bleek het tij plots gekeerd. Hoe nu verder? dachten wij,  en Hengelo rook kansen en rukte over na over op, richting ons totaal.
U kent die zwemwedstrijden waarbij de zwemmer een imaginaire rode lijn probeert bij te blijven? Als we dit vertalen in termen van deze wedstrijd is Hengelo vanaf de eerste over tot en met over 39 voor ons uit gegaan. Elke tussenstand was in hun voordeel… tot de laatste run out in de laatste over.
Onze voorzitter had het al niet meer kunnen aanzien en verliet acht overs voor het einde de arena. Stijf van de stress, vermoed ik.
Maar we hebben dus gewonnen. Dit keer niet dankzij James, die tot het uiterste is gegaan om mij, schrijver dezes, het plezier te gunnen voor één keer meer runs te scoren dan hijzelf (ik had er 1-tje).
Opmerkelijk feit in deze wedstrijd: er waren bij Hengelo 5(!) run outs. Deels veroorzaakt door een speler met een opmerkelijke naam: Quickfellow.

Taco Kramer

 

Gelre CC vs Groningen CC, 28 juli 2013

Eindelijk weer eens een wedstrijd in de tas! Na een reeks nederlagen tegen sterke tegenstanders, een reeks  die ingeluid werd door de “weggeven”match tegen Hercules,( die met terugwerkende kracht steeds meer pijn begon te doen), waren wij wel toe aan een succes.
En met succes bedoel ik: winnen! En met ‘winnen’ bedoel ik écht winnen, dus gewoon op punten.
Groningen is een sympathieke ploeg, waar we graag tegen spelen, en onze genegenheid nam alleen nog maar toe toen we bemerkten dat de heren slechts met acht waren. Dat field een stuk lekkerder, als je bij drie wickets kan denken: ‘bijna op de helft’. Toch leek het geen makkelijke middag te gaan worden. GCC (leuk: de zelfde initialen als wij) heeft een paar goede bats en rond de 18e over stond het 89 voor 2. Daarmee dreigde een 200+ score. Toen echter het derde wicket viel op 90 ging het opeens heel hard. De overige vier vielen voor slechts 9 runs en waren de gasten voor 99 all out.  Het laatste wicket was een beauty van Hans. Als door een magneet aangetrokken verdween de bal klemvast in zijn linkerhand. Er werder so wie so veel catches gepakt. Een mooie in het outfield door Ton. Helaas was Maartje (Dank voor de heerlijke lunch!) nog niet aanwezig om het wapenfeit te aanschouwen. Later miste onze voorzitter aan de boundary een vuurpijl toen zij wel aan de kant zat. Gelukkig zag ze het niet omdat ze net haar mobiel aan het checken was.
99 runs leken een haalbare target. Ik mocht het zelf allemaal van dichtbij meemaken als één van de substitute fielders. Gedreven door het eergevoel zoals mij dit in mijn vroegste jeugd geleerd is (‘als substitute field je fanatieker dan je normaal zou doen) maakte ik Toine nog aan het schrikken met een run out attempt. Ik kreeg signalen dat ik gewoon mocht terugvallen op mijn normale niveau en dat beviel eigenlijk prima. Terwijl de runs gestaag binnendruppelden (goed werk van onze batsmen, want het bowlen was niet slecht en redelijk op tempo, maar, helaas voor de gasten, ondermijnd door gemiste vangen) had ik de tijd wat rond te kijken.
Wat hebben we toch een mooi veld! De houten screens (geen onzin met gespannen lakens) waarvan er één wat verscholen gaat achter oprukkend groen, de hoge bomen en in de verre hoek: een cottage met een rieten dak. Ik stel voor om naast het gebruikelijke “pavillion’s end’
de bowler’s run up vanaf het achterste wicket het “cottage end” te noemen. De trein passeerde volgens het boekje en maakte ons éénmaal aan het schrikken door getoeter.
En zo eindigde de dag in een overwinning. Tot non-playing man of the match benoem ik James,
die afgezegd had om een dag aan zijn gezin te wijden. Mag ik hier een kleine tip geven? Het is essentieel dat we het thuisfront te vriend(in) houden ten einde een houding van aanvaarding te bewerkstelligen ten aanzien van onze tijdrovende sport.  Laten we eerlijk zijn: we zijn niet even een uurtje van huis. Dan nu de tip: zet met duidelijke letters op de huiskalender een extra wedstrijd, (niet teveel! hooguit twee, anders gaat het opvallen). Vervolgens haal je één of twee keer per seizoen een dikke streep door de zondag en je zegt tegen je vrouw: schat, deze dag is voor ons. Pas hier wel mee op, want zij zal het eerst niet begrijpen en misschien zelfs argwaan krijgen. Bereid haar ongeveer zó voor: Lieverd, er is iets wat belangrijker is dan Cricket. Je vrouw heeft nog niets door en zegt (aarzelend): Test Cricket? Nee, zeg je, en kijkt haar glimlachend aan.  Dan gaat haar een licht op en ze antwoordt (stralend): The Ashes!
Nee, zeg je, en je laat een pauze vallen.Die moet zo lang mogelijk duren.  Het mooiste effect wordt bereikt als zij de stilte niet uithoudt en je smeekt: Wat dan? wat is belangrijker dan Cricket? En terwijl haar ogen vochtig worden, omdat ze met haar vrouwelijke intuitie het antwoord inmiddels aanvoelt, zeg jij zachtjes: jij! Daarna wat Leuks Doen Met het Gezin, barbequeen of zo en het staartje van de wedstrijd en de derde innings meepakken.

Taco Kramer

 

Quick Nijmegen – Gelre CC

Heren,
Ik heb mijn hielen nog niet gelicht naar Giekenland en alles wat er over blijft van de geschiedschrijving is een vaag leesbare scan van het scoreboek van (waarschijnlijk) de match Quick-Gelre.
De Apocriefe boeken van Nicodemus zijn een wonder van toegankelijkheid vergeleken met deze obscure wedstrijdgegevens. (Overigens was Nicodemus in zijn tijd een niet onverdienstelijk batsman. Even uit het hoofd: een 72 n.o. voor de
Jericho Jousters tegen de Bethlem Bashers in the Holy Land One Day League. Het jaar ben ik kwijt, maar het is allemaal na te zoeken in de West Bank Wisden uiteraard).
Heel in de verte bespeur ik interessante scores van zo te zien James, Sheehan, en ook Dolf heeft er een paar. Achter zijn naam staat een rijtje runs, maar ik denk geen 4-en want het lijkt een lage double figure score. In ieder geval is de totale score van 130 (?) een ruime 300 % verbetering van onze eerdere score tegen Quick (37), dus een mooie opsteker! (Ook al ging de partij verloren).
Onder aan de batting order zie ik geloof ik een duck van J. de Boer. Voor mij persoonlijk een opluchting. Zolang Jasper niet opeens een 4 produceert, blijf ik met mijn 1 run uit 3 optredens gevrijwaard van poedelprijzen. (Sorry, Jasper, maar ook in de kelder is de strijd hard).
Trouwens, ik probeer iedereen af en toe aan bod te laten komen in deze annalen, maar de prestaties van sommigen (in positieve dan wel negatieve zin) springen wat meer in het oog dan van anderen. Daarom overweeg ik special features die 1 van zulke cricketers zal high-lighten. Te denken valt aan b.v. onze Arnaud. Solide, betrouwbaar, maar niet altijd in het oog springend. Mag nogal eens fielden op plekken waar weinig catches landen. Misschien een diepte interview. Voorlopige titel: Waarom cricket ik eigenlijk (nog)?
Of een kleine serie gefocust op opzienbare momenten. Zoals Famously uncaught catches, (starring Roel). Roel, ook zo’n heerlijke Gelre cricketer in hart en nieren. Iemand die in 1 adem zijn beklag doet over het financiele beleid van onze club omdat hij de kwitantie van zijn contributie over 2011 nog niet binnen heeft, om dan aan te kondigen dat hij voor zaterdag a.s uit eigen zak 10 illegale Polen heeft ingehuurd om het gras bij te punten, voor een habbekrats, en dan geeft ie ze na afloop ook nog allemaal persoonlijk een dikke sigaar.
In de winter, als het stil is geworden rond de cricketpitch: Old cricketers never die, they just fade away, waarin we op zoek gaan naar Remco.
Dit is tevens een oproep: Remco, kom terug! We missen je.
Goed, de wedstrijd tegen Quick dus. De cricketvelden van mijn jeugd, waar ik op 1 keer na, nooit triomfen vierde. Die ene keer klopte alles en scoorde ik een prachtige 29, met vloeiende off-strokes. Die ene keer dat de lange (prachtige) uren op de eb-stranden aan de Noordzee waar ik oefende met mijn (toen nog niet oude) vader zich uitbetaalden. Waar ik leerde dat een straight bat alles is, en dat de runs dan vanzelf komen. Niet dus. Ik zag velen met cross bat van alles weg timmeren, maar ik reeg de ducks aan elkaar. Behalve dan die ene keer. Mijn vader was ook blij en schafte een scoreboek aan om al mijn prachtige scores in bij te houden. Dat boek bleef verder leeg.
Mijn cricketjeugd was dus niet bijzonder glansrijk, maar daar, 40 jaar geleden is wel de kiem gelegd voor mijn liefde voor het spel.
Het is zoals Boycott zegt: ” I like watching cricket. Any cricket!”

Thanks guys, for letting me in on the game.
Taco

 

Gelre CC – Hercules  23 juni 2013

Of: “De slag om de Damlaan”

My dear gentlemen,
Hierbij mijn verslag. Met onmiskenbare sad overtones, maar soms kan dat niet anders.
Laten we hier samen even op terugkijken en elkaar goed vasthouden.

Maandagochtend. Ik was terug op het veld, om te kunnen zien waar het allemaal gebeurd was. De sfeer te proeven.
Ik kan u zeggen: dat was geen pretje.
De Damlaan huilde. Sommigen zouden zeggen: het regende. Ik zeg: de Damlan huilde. Een trein passeerde. Een schaduw gleed over de ground. De bomen leken eeuwenoud. Reizigers staarden naar het verlaten veld, met lege blik, en zij voelden:
hier is iets … niet.

Terug naar zondagavond. Ik was toeschouwer en, gedwongen door vaderlijke plichten, was ik voortijdig, rond 6 uur, naar huis gegaan.
Maar het was zó spannend! Hercules sloop richting ons totaal van 175, maar zouden ze het halen? En toen kwam om 18 uur 41 en 22 seconden het fatale sms-je binnen: TOCH VERLOREN OP DE EEN NA LAATSTE BAL. Van Rik. Dank je wel, Rik. Fijn dat je me dat laat weten, maar moest het zó hard, zo midden in mijn gezicht? Had je niet even langs kunnen komen? Even in je zwarte bolide gestapt (wat glimt ie trouwens altijd mooi, was je die zelf?), aanbellen en dan: Ga zitten, ik heb slecht nieuws, en na een gepaste stilte: verloren (Ik: nee!) na weer een stilte: op de een na laatste bal ( Ik: nee, niet waar!) We hadden samen kunnen huilen, vloeken, de bijl kunnen zetten aan mijn appelboom, maakt niet uit, alles wat maar kon helpen.

En het was zo mooi begonnen. Aan bat gestuurd produceerde ons openingskoppel Toine en Anjana al gelijk een 6 en wat vieren, en gingen de koppies bij Hercules al heel snel hangen.
Via 50 in 8 overs denderde het maar door, hetgeen resulteerde in een partnership van 91
(een club record?) Well done, Anjana en Toine! Toine, als altijd geconcentreerd battend, met die
mooie afwisseling van ballen die hij doodlegt en dan weer wegtimmert, en Anjana, relaxed,
stijlvol spelend, waarbij ik zelf altijd geniet hoe hij op dode momenten op zijn bat leunt. Anjana heeft precies
de perfecte lengte om op zijn bat te leunen en haalt daar ook alles uit. De uitstraling lijkt te zeggen:
Heren, bedankt voor al die fijne ballen, ik sta lekker te genieten, en maakt u zich vooral geen zorgen, want ik word er nl
totaal niet moe van.
Dus vol vertrouwen verliet ik de battle ground (even weg voor een persoonlijk akkefietje),
en zag bij terugkeer een fraaie 175 op het bord prijken. Hé, dacht ik, da’s niet slecht na 35 overs, maar
had dat niet veel hoger moeten uitvallen? Mijn cricketers theewater zei me toch dat hier iets gebeurd was.
Of beter, iets niet gebeurd was.
Ene R.Buyze (zijn broer was later een openings bat) had een hele kudde olifanten
op Gelre’s battingorder losgelaten, met een verwoestend resultaat: 7 voor 18 in 9 overs! Ik heb dit dus allemaal niet
live kunnen aanschouwen, maar James vertelde mij woensdagavond na de training dat hij de bal zag pitchen, een rustige bal,
die niets liever wilde dan across the line voor zes geslagen te worden, maar even later wel het mooie bouwwerkje achter zijn rug geruïneerd had.
Maar goed, er was nog geen man overboord natuurlijk. 175 is 5 runs per over en dat is niet slecht.
Hercules begon rustig met een runrate van 2 in de eerste overs, en kroop omhoog naar een rate van 4 zo halverwege het
benodigde totaal. Via 32 na 10 overs en 76 na 20 was het 107 na 25. Dat betekende dus nog 69 runs nodig in de laatste 10 overs (met nog 8 wickets in handen).
Rekenkundig zag het er dus niet zo nadelig uit, maar je voelde: dit ging heel spannend worden. De dreiging was enorm,
maar feitelijk kon je zeggen: the match was equally poised. Hoewel een beetje meer equally poised dan goed was voor onze gemoedsrust.
Afijn, dat heeft het verdere verloop en resultaat wel uitgewezen.  Laten we er ook niet om heen draaien: de match ging verloren. In de laatste over waren 3 runs nodig. Het was er één, toen nog één en toen een wicket! op bowlen van Sheehan, en daarna ging het licht uit.
Maar, mannen, we hoeven onszelf geen verwijten te gaan maken. Natuurlijk altijd wel lering trekken, maar geen as over ons hoofd strooien en jammeren in termen van ‘als dit en toen dat’. Bovendien, waar eindigt dat? Moet ik mijzelf schuldig gaan voelen dat ik James de avond te voren te lang heb wakker gehouden op zijn eigen feest, waar ik op dat moment nog de enige bezoeker was? Stel,
ik was om half twaalf ipv om 12 uur naar huis gegaan; was hij dan net dat beetje fitter (minder onfit) geweest? Zou zijn private little war, die mini bodyline attack (twee fraaie hits) meer effect hebben gesorteerd?
Nee, heren, neen! Dit was het en zo heeft het moeten zijn.
Hercules heeft moedig gestreden en vernoemd als zij zijn naar de mythologische Man van de Tien Werken, mogen zij nu met gepaste trots terugkijken op het volbrengen van een Elfde Werk: de slag om de Damlaan 2013.

Maar de Damlaan? De Damlaan huilde. Sommigen zouden zeggen: het regende. Maar ik zeg: de Damlaan huilde om een verlies dat nooit meer terug te winnen valt.

Overigens schijnt de 3e inning vanouds gezellig geweest te zijn. Waarschijnlijk met veel geforceerde vrolijkheid van onze kant.
Well done, Gelre!

Taco

 

Hengelo CC – Gelre CC 16 juni 2013 (zoals beleefd door een non-playing player) (door Taco Kramer)

Na omzwervingen door de luxere buitenwijken van Hengelo (ik werd b.v. de weg gewezen door twee kinderen onder de 10, die gezellig aan het spelen waren met een miniatuur Zuendappje dat echt kon rijden, en echt knetterde) zag ik in de verte dat vertrouwde, rustgevende beeld: mannen in witte kleding! Long white trousers! Ja, ik zat goed.

Met Gelre zat het ook goed: 60 voor 2 na zo’n 18 overs, chasing 130. Langs de kant familiar faces. Hoewel..? Ik trof de openings batsmen in een ontredderde staat. Cees hield een zak ijs tegen zijn gekwetste hoofd, geraakt door een ingooi naar het dode wicket (een nieuwe dimensie toevoegend aan het fenomeen ‘Nieropje’ (zie verslag England tour 2012)) en ook Ton zag er ongelukkig uit. Maar die baalde gewoon van zijn lage score. Kop op, Ton! Opening bats hoeven niet veel runs te produceren, en ik spreek uit ervaring. Overigens, misschien zijn sommigen verbaasd een rapportage van mijn hand te lezen, maar het feit dat ik maar een kwart van de match gezien heb hoeft mij niet te hinderen in mijn verslaglegging. Wat ik niet kan reconstrueren, verzin ik er zelf wel bij.

Hengelo’s sterkste batsmen waren relatief goedkoop uit en ondanks een 43 van de nr. 7 bleven zij steken op 130. Zeg nooit “kat in ‘t bakkie” in cricket maar we konden stellen: dit bood perspectieven! (dat is crickets voor “kat in ‘t bakkie”). En zo ging het ook. Na een niet oncharmante quasi-ineenstorting van de middle-order, hetgeen een tussenstand opleverde van iets in de trant van 115 voor 6 of zo, tikte Dolf (zeg nooit: ‘good ol ‘Dolf) met een vier de 131 binnen.

Na de wedstrijd had ik het genoegen even aanwezig te zijn bij zijn na-genieten. De voeten, enigszins gebleekt door de langdurige omklemming van de sportschoenen, (een half century sla je niet in 10 minuten bij elkaar), nu lekker uitwaaiend in de slippers, en dan even half zich uit mijmerend: “zo, dat was een lekker cricket weekendje.” Je moet wel een hart van steen hebben om die dan niet even in te koppen: “Gister ook gespeeld, Dolf?” Blijkt meneer dus op zaterdag ook al boven de 50 gepresteerd te hebben! Met de not out tegen Hengelo een weekend average van plus 100. Geoffrey Boycott, eat you heart out! En en passant nog een mooie partnership van 79 in de boeken. Met James (48)in dit geval. Speaking of whom, hier zien we nou een prachtig voorbeeld van hoe één man het succesvol aan kan leggen met diverse partners. Kijken we nl terug in de annalen dan zien steeds James (I like the way he leans into a shot) opduiken met wisselende succesvolle partnerships: met Cees, (85) op 2 sept 2012 , met David, (70?) op 10 juni 2012, met Antoine, (82) op 27 mei 2012. Echter, hoewel cijfers mooi zijn, in de kille statistieken is nooit de werkelijke beleving van het cricket te lezen. En dat brengt mij nog even terug naar de vorige wedstrijd, tegen Groningen. Against all odds kwamen wij nog in de buurt van hun totaal en het was Jasper die de dood of de gladiolen mocht strijden. De vernietigende uithaal op de eerste bal eindigde niet in de gehoopte boundary maar werd een Gouden Eend. Maar… een heroïsche Gouden Eend!

De 3e innings was vanouds gezellig met Hengelo, met hun jaloersmakende English- style pavillion, en werd nog gevolgd door een 4e innings in the local curry. Geen berichten van vernomen verder, maar aangezien de Man van Malaga er niet bij was kunnen we aannemen dat het meeste eten is op gegaan.

CCN-CCGelre 2 juni, 2013 (door Taco Kramer)

Tja, wat zullen hier nou weer eens van zeggen?
Het was mooi cricketweer: zonnetje, windje erbij, en afgereisd met het heerlijke zelfvertrouwen van de gewonnen wedstrijd tegen Kampong. Dat CCN in een uniform blauw speelde zei toch op zich niets? Als je het daar van moet hebben? Wij zijn niet zo van de éénvormigheid; witte broek, gele broek, mottige trui.. het zegt allemaal
zo weinig.

The long and short of it komt neer op: wij kwamen, wij zagen, en wij werden overwonnen. Dit keer geen verkeerd verbonden gesprekken, zodat alle vangen die gehouden konden worden veilig in de handen bleven. Ondertussen liepen de runs van CCN gestaag op. Na 50 in de eerste 8 overs, stoomden zij door naar 262. Onze vrienden uit Nieuwegein hadden wel wat moeite met de LBW regel. Diverse van hun umpires zagen er geen been (!) in enkele not outs te geven, waar een vinger in de lucht een optie had kunnen zijn. Dit kwam de gezelligheid van de match niet ten goede, en ampel overleg tussen de captains was nodig om e.e.a. in goede banen te leiden.

Onze fielding innings werd opgesierd door nuttige catches (twee van Jasper, en een caught and bowled van James) en uitstekend bowlen ook van Chris en Anjana. Allemaal goed ondersteund door gemotiveerd fielden. Ook Hans en Cees hadden goede spells, en iedereen die ik vergeten ben heeft ook uitstekend gebowld. Heerlijke lunch, sandwiches in diverse varianten. Lekker toch dat witbrood.

Toen mochten wij, en na een overtje of tien werd duidelijk dat we onze doelen wat moesten bijstellen. James had een mooie innings van zo’n 19 runs en is na het uitrunnen van Hans de nieuwe drager van de Geoffry Boycott Medal. Rik bleek zijn goede vorm van de training vastgehouden te hebben en stond lekker te slaan. CCN had goede en vrij snelle bowlers, dus blijven staan was al heel wat. Wij sloegen zo’n 80 runs. Ik mocht het genoegen smaken not out te blijven, maar het mooist was de liefdevolle aandacht die mijn cricketbat ten deel viel na de wedstrijd. Het slaghout ging van hand tot hand, en werd bewonderd om zijn verfijnde uitstraling (of ze dachten dat ik het van de Intertoys had of zo, want ze leken het niet helemaal te kunnen plaatsen, zo zonder een merknaam er op).

Kortom: the spirit of cricket kent vele gezichten, maar uiteindelijk komt de love of the game weer bovendrijven.

 

A hard day’s night (verslag van de openingswedstrijd op 12 mei 2013 Gelre CC- Quick Nijmegen)

Ik herinner mij dat mijn oma vroeger in de herfst aan het inmaken sloeg, maar tegenwoordig schijnen ze dat in de lente al te doen.
Na een geslaagde missie tegen Hengelo afgelopen zondag 5 mei, alwaar de plaatselijke CC in een dubbele twenty/20 twee keer verslagen werd, stonden wij een week later weer met de voeten op de grond. Of misschien wel ‘six foot under’.  De eerbiedwaardige  ‘Oude Dame ‘(125 jaar!) Quick, uit Nijmegen bleek een maatje te groot voor ons.
Na de 206 van de gasten, die halverwege hun innings nog af leken te stormen op een 250,260 leek de wedstrijd nog open, maar die droom spatte na 11 voor 3 na zo’n 10 overs snel uiteen. Niet dat wij niet goed speelden, maar de bowlerij was gewoon te sterk. Dit werd onderstreept door zegge en schrijve 3 scoring shots ( twee ééntjes en één tweetje) halverwege onze innings. Uiteindelijk schopten we het nog tot 37 runs.
Wat minder wides (zo’n 34) van onze kant hadden de target omlaag kunnen halen, maar een winstpartij zat er gewoon niet in.
Het kon wel eens een leerzaam jaartje voor ons worden, en er werd door deze en gene nu al verlangd naar de krachtmeting  ‘overseas’ met onze vrienden van Capel CC.
Voor mij persoonlijk een bijzondere ervaring om een tijd lang de enige niet spelende toeschouwer te zijn, en ik mocht nog het genoegen smaken flink te scoren. Zij het in het scoreboek.
Elke wedstrijd heeft zijn wapenfeiten en één ervan was de mooie vang aan de boundarie van Rick. Toen ik echter zijn vrouw op de hoogte bracht van Rick’s  supercatch dacht zij dat ik mijn mededeling ironisch bedoelde.
Mag ik het thuisfront toch vooral oproepen ons cricket positief te blijven benaderen!! Desnoods tegen beter weten in.
We gaan ons opmaken voor een ‘long, hot summer’.